Meewind 2017

 

Driedaagse Meewind 157 – Donder en bliksem in het Rijk van Nijmegen

Meewind 150 – vorige zomer verreden in het snikhete Braboland – was voor herhaling vatbaar, vonden Sjerry en Jan, Martijn en Antonia en Jan en Patricia. Waar zouden we nu weer eens drie dagen gaan racen? Ik vond een spotgoedkope aanbieding: Twee nachten in een vier steren hotel bij Nijmegen, met diner op de eerste avond, twee ontbijten, fietsen gratis

op de eerste dag, overdekt zwembad en gratis parkeren voor € 158,– per paar. Margit en Jan, even clandestien in Nederland, kregen er lucht van en wilden ook wel mee. Geen probleem.

We ontmoetten elkaar op 15 augustus 2017 bij de koffie op het terras met fabelachtig uitzicht over het rivierenland van Fletcherhotel Val Monte in Berg en Dal bij Nijmegen. Val Monte is hetzelfde als Dal en Berg, dus dat schiet lekker op. Bij vertrek begon het meteen fiks te sauzen, dus gingen de laarzen aan en de zuidwesters op en pakten wij de Oude Kleefse-baan loodrecht naar beneden, langs de Duivelsberg, om kort daarna Duitsland binnen te fietsen. In de fraaiere, maar veel langere Zevenheuvelenweg hadden we met al die regen-flarden even geen zin. Bij Frasselt, onder Kranenburg, kan de regenplunje weer uit en fietsen we het fraai bebeukte Reichswald in. Even later trappen we daar ook weer uit, langs de wijngaard in Plak en dan zit je na De Horst zo in Groesbeek. De eerste vijftien kilometer zitten in de pocket, dus tijd voor salades met sap en uitzicht op een aflopende tuin bij De Wolfsberg. Je zit tegenwoordig overal onder zwarte parasols. Dat staat voor deftig.

We rijden verder de Groesbeekse bossen in, richting Bisselt en laten de Mookerhei met jachtslot lopen, om niet te veel herinnerd te hoeven worden aan de smadelijke wijze waarop de spanjool daar Lodewijk en Hendrik van Nassau in 1674 in de pan hakte. Nooit zullen wij weten of zij in een massagraf eindigden of in de moerassen bij Gennep.

Langs Molenhoek en Malden keren wij over het landgoed Heumensoord terug naar de rand van Nijmegen. Langs de Heilig Landstichting, Oriëntalis, het Afrikamuseum en hotel Erica bereiken we Val Monte weer. Met behulp van wijn werken wij het voedzame driegangen-diner weg.

De tweede dag Schitterend fietsweer. We gaan vandaag de Waal langs. Eerst door Ubbergen steil naar beneden. Dan de Waalbrug op. Ik moet denken aan de moedige Jan van Hoof die door de Duitsers aangebrachte explosieven onschadelijk maakte. Met een trap dalen we af naar de dijk langs Lent-Oost. We blijven vlak langs de Waal fietsen en laten Bemmel en Haalderen links liggen. Dan om de steenfabriek heen, een man met petunia’s, een beeld-houwer, een fabriekspijp van 58 m., ingegraven tanks tegen de Russen en verder naar Gendt voor koffie bij ‘19’. Patricia scoort wat oud-roze jurken. Binnendoor naar Doornenburg met het ‘Floris’-kasteel aan de Linge. We steken met een gierpont het Pannerdensch Kanaal over (eigenlijk de Rijn, maar dan een beetje gekanaliseerd) en bereiken door de Lobberdense Waard het voetveer over het Bijlandsch Kanaal (eigenlijk de Rijn, maar dan een beetje gekanaliseerd) voor de overvolle overtocht naar Millingen a/d Rijn, de laatste Nederlandse plaats op de zuidoever van de Boven-Rijn. Een paar kilometer oostelijker ligt Lobith waar de Rijn volgens de boekjes ons land binnenkomt. Wij eten op het terras van de Gelderse Poort. De keuken kan de drukte niet aan en dat zullen we ‘s avonds opnieuw meemaken.

Nu fietsen we door de Millingerwaard terug langs de andere kant van de Waal. We worden tegengehouden door een boswachter, omdat steeds meer land onder water wordt gezet en de kaart dus niet meer klopt. We bewaren een mooie theetuin voor een volgende Meewind, want het is er veel te druk. Langs Kekerdom en Leuth (ik kan het ook niet helpen) bereiken we de Thornsche Molen waar ze thee schenken. Daarna vanuit Beek acht honderd meter steil omhoog, de fiets aan de hand. Zwaarder wordt het niet meer.

s Avonds eten we bij ‘Geuren en kleuren’, vlakbij ons hotel. Jan Schipper weet dat nergens in het Rijk van Nijmegen de wijnen en de spijzen beter op elkaar afgestemd zijn. We begin-nen lokaal, met een droge Groesbeekse rakker, maar echt uit zijn dak gaat onze connaisseur pas als er vanuit alle windstreken van de wereld de meest fraaie rode wijnen worden aange-rukt. Mede dankzij het zevengangen-arrangement van Patricia wordt het nog een hele zit. Terug in het hotel blijkt de bar alweer gesloten, zodat er niks af te pilsen valt.

Met de derde dag zijn we snel klaar. Deze valt in het water. En niet zo zuinig. Vol goede moed rijden we over de Kwakkenberg naar Heyendaal. Anders dan in Amsterdam waar de universiteiten gespreid zijn over vele locaties (oude stad, Roeterseiland, Science Park, Bijlmer en Buitenveldert) is alles van de Radboud Universiteit geconcenteerd op een schitterend landgoed. We zwaaien even naar Thomas van Aquino en rijden dan door de Indische buurt en langs het centrum en het Valkhof naar de Waal. Daar gaat het regenen en dat zal niet meer ophouden. Wij schuilen bij De Kaai, onder de Waalbrug. Lieve meisjes, oude rockmuziek, lekkend tentdoek, goeie koffie en maaar plenzen. De rest van het programma moet worden afgelast. We proberen zo droog mogelijk de Berg en Dalseweg  op te komen en voor drieën zit iedereen weer in de auto naar Amsterdam.

Meewind 157 op 15, 16 en 17 augustus naar Berg en Dal

Deelnemers: vier paren: Jan & Margit, Jan & Sjerry, Jan & Patricia, Martijn en Tonja

Routes:

Dag 1: Berg en Dal, Wyler (D.), Kranenburg (D.), Fraselt (D.), Reichswald (D.), De Horst, Groesbeek, Bisselt, Heumensoord, Heilig Landstichting (33 km).

Dag 2: Berg en Dal, Ubbergen, Nijmegen, Lent, Gendt, Doornenburg, Pannerden, Millingen a/d Rijn, Kekerdom, Leuth, Beek (39 km). Twee oversteekveren.

Dag 3: Berg en Dal, Nijmegen (Kwakkenberg, Radboud Universiteit, Indische buurt, Centrum, Berg en Dalseweg) (12 km).

Totaal: 84 km.


Meewind 156: met fiets in trein en dan door Noordhollandse duinen

Is de mefidt-proef geslaagd? De mefidt-proef? Ja, het Met-Eigen-Fietsen-In-De-Trein-experiment. Dat zouden we op 7 augustus uitproberen. Met de trein van Amsterdam naar Haarlem, dan een stuk zelf fietsen en terug van Alkmaar naar Amsterdam. Eindelijk 100% wind mee: dik veertig kilometer met de wind in de rug. Mooi weer, door duin en bos, misschien wel langs de door parafine geteisterde stranden. Om het aantrekkelijk te maken had ik zelf de fietskaartjes gekocht.

Want een dag je fiets mee in de trein kost 6 euro 10, wie niet weg is wordt gezien.

Ik herhaal de vraag: Is de proef geslaagd? Ja en nee. Ik expliqueer nader.

De proef is geslaagd in zoverre Matti en ik aan het eind van de dag behouden zijn teruggekeerd in de drenkplaats Welling. De proef is mislukt, omdat we met zijn tweeën waren. Matti en ik, van huis uit allebei geharde junglefighters, hadden de proef niet nodig. Het ging er juist om dat minstens zes leeuwinnen heur zware damesrijwielen de trappen op zouden zeulen en hun fietsen in de treinen zouden smijten. Er zijn per trein altijd maar een paar deuren waardoor fietsen naar binnen mogen. En juist dat moesten we oefenen. Liefst op een druk perron. Trein loopt binnen, groep verspreid zich in oogwenk naar toegestane deuren, trein komt aan en groep hervindt en hergroepeert zich. En dan liefst nog een paar keer overstappen onderweg, op stations met bruggen en tunnels en zonder liften en glijbanen, met slecht weer. Volgens de krijgshistorie is het met hele legertrossen gelukt, dus waarom niet met Meewind. Dat weten we nu dus niet.

Is het erg dat de proef mislukt is? Ja. Want het ziet er naar uit dat de enkeldaagse Meewinden vanaf het fietsseizoen 2018 alleen nog op eigen fietsen de treinen in zullen gaan. Dat is het nieuwe reizen. Bemande stationsstallingen met fietsenverhuur raken obsoleet en antiquaar. Ik waarschuw voor het laatst. Koop op tijd een lichte fiets en ga zelf de komende winter oefenen. Je kunt ook sparen voor een vouwfiets. Die mag gratis mee, ook in de spits, en die is veel hanteerbaarder. Maar het kost wat, vooral de schitterende Brompton. Ik ga de knappe Patricia er voor haar verjaardag een geven.

En dan nu Meewind 156. Eindelijk. We vertrokken van perron 2A. Daar zijn trappen zonder fietssleuf en roltrappen waar je met fietsen niet op mag. Dus lonkt de lift.

Er is er één. Hij is oud en klein. Je kan er met niet meer dan één fiets in, als je die schuin diagonaal omhoog steekt. En dan moet je geen buik hebben, want anders past het niet. Een tweede inconveniënt: de lift zit helemaal aan de oostkant van het station, dus je moet vele honderden meters over het perron naar spoor 1 en/of 2a. Met een groep van tien vrouwen heb je minstens een half uur nodig om deze operatie te voltooien. In Haarlem ging alles goed, maar in Alkmaar, op de terugweg, zat alles tegen. Er was een ongeluk gebeurd tussen Uitgeest en Wormerveer, dus naar Amster-dam kon je de volgende twee uur alleen met sprinters over Hoorn of Haarlem. Wij kozen voor Haarlem. Terug door de poortjes naar buiten. Lift omhoog. Nieuwe poort-jes. Lange brug. Lift naar beneden. Spoor 4. Met fietsen de trein in. Er kwamen nog vier fietsen vóór de onze te staan. Zelf moesten we weg bij de fietsen, want er moest doorloopruimte blijven. En dan een uur in een volle sprinter langs niet minder dan twaalf stations (Heiloo, Castricum, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, Santpoort-Noord, Santpoort-Zuid, Bloemendaal, Haarlem, Spaarnwoude, Halfweg, Sloterdijk) terug naar de eindbestemming. In Amsterdam durfde Matti met zijn fiets een steile buitentrap af. Ik liep weer helemaal terug naar de oude lift van ’s morgens.

En dan nu Meewind 156, echt. Volgens de reglementen mag Mr. Meewind een tocht afblazen, als er maar één vrouw komt opdagen. Matti is dan wel geen vrouw, maar hij telt wel als vrouw, omdat hij zich graag voortbeweegt op een damesfiets met lage instap. Bovendien reden wij op de Zijlweg in Haarlem, ga zelf maar kijken, ik lieg niet, langs dameskapsalon Matti.

Met Matti fietsen is geen straf. Hij houdt, net als ik, van rare, niet al te gangbare mensen, dingen en gebeurtenissen. Dus dat fietst lekker. We roepen maar wat tegen elkaar. Gaan er soms wel en soms niet op in. Fietsen soms naast, soms achter elkaar. Kwetteren soms veel en zwijgen soms ijzig. Het voelt allemaal heel natuurlijk. We nemen iedereen door. Matti weet saillante details van mensen.

En dan nu, eerlijk waar, Meewind 156. We zijn er snel mee klaar. Er gebeurde weinig bijzonders en het landschap hield zich redelijk. Vanuit het station door het voorname Kenaupark en over de Zijlweg naar Overveen, je rijdt daar tegen een Loetje op. Rechtsaf, langs het prachtige gemeentehuis naar Bloemendaal. Koffie bij ’t Hemeltje, dé Huiskamer van Bloemendaal. Het leek de huiskamer van Blaricum wel: rode broeken, strohoeden, parelkettingen en spencers en liters chardonnay, lang voor lunchtijd. Wij namen koffie met taartjes van Holtkamp. De Kennemerduinen in naar de ruïne van Brederode. Santpoort en Driehuis, bekend van de dodenakker Driehuis-Westerveld en het geboortehuis van Pimmetje (begraven in Provesano in 2002). Verder door Park Beeckestijn en Velzen-Zuid. Met tachtig andere fietsers op de gratis GVB-pont over het Noordzeekanaal. En dan tussen Velzen-Noord, Beverwijk en de Hoogovens door richting Heemskerk. We laten Wijk aan Zee links liggen. We fietsen de waterleidingduinen binnen. Het zijn niet de mooiste. Veel infiltratiegebieden, pompstations en stalen, ronde putten. De Kennemerduinen en de Schoorlscher Duinen zijn veel rijker, geaccidenteerder en afwisselender. Maar nu dus het Noordhollands duinreservaat, met als onverbiddelijke lunchstop partycentrum – vroeger uitspanning – Johanna’s Hof (nog bekend van Jubelmeewind 25, in november 2006). We zitten buiten, onder een boom, naast fysiek en mentaal uitgedaagden in rolstoelen. Matti neemt warm vlees met een vieze, zoete saus die hij laat staan en ik neem yoghurt, verse aardbeien en moddervette poffertjes. We fietsen door naar de toeristenhel Egmond aan Zee en dan langs weer een ruïne, nu van Egmond a/d Hoef. Door open land fietsen we naar de kaasstad. Het station van Alkmaar is beslist futuristisch geworden. Van buitenaf lijkt het net de Hema, nee, het is een Hema.

De route van Meewind 156, verreden op maandag 7 augustus 2017: Haarlem, Overveen, Bloemendaal, Kennemerduinen, Santpoort, Driehuis, Velsen-Zuid, Velzen –Noord, Heemskerk, Noordhollands Duinreservaat, langs Castricum, Bakkum en Egmond-Binnen naar Egmond aan Zee en Egmond aan de Hoef, Alkmaar (42 km).

Volgende week wordt er een driedaagse Meewind verreden, maar die is al volgeboekt.

Er komt uiteraard een uitvoerig verslag over.

Tussen 21 en 31 augustus gaan we op een mooie dag met auto’s vol naar de Hoge Veluwe. Bij wijze van seizoenafsluiting, want vanaf 1 september wordt er weer hard filosofie gestudeerd en energiek geschreven en geredigeerd voor prachtblad Argus.


Meewind 155 naar Gooimeer, Tafelberg, Eempolders en Zuiderheide

Ik had beloofd dat we voor Meewind 155 gewoon weer de trein zouden pakken. Ik wilde – vanwege de buien in het zuidwesten – bij Apeldoorn fietsen en toen dat niet lukte, onder Zwolle, en toen ook dat niet ging langs de Utrechtse Vecht. Wat wilde er niet? Apeldoorn en Zwolle hebben geen bewaakte fietsenstallingen meer. Je kunt er alleen nog met een pasje een ov-fiets op de kop tikken en dat wil lang niet iedereen. Dus zocht ik zes keer achter elkaar een fietsenverhuurder dichtbij een station, ook nog in Hilversum. Ik plukte via Google een telefoonnummer, toetste dat in en hoorde dan elke keer: Dit nummer is niet in gebruik. Bel 1850. Bij 1850 of bij de VVV gaven ze je dan hetzelfde nummer, dat je opnieuw draaide – tijdens normale winkeltijden – en weer: Dit nummer is niet in gebruik. Na anderhalf uur gaf ik de strijd op. Ik belde alleen nog een mannetje in de haven van Huizen en dat nam wel op. Meewind gered. Maar aan een experiment valt niet meer te ontkomen. M.i.v. Meewind 156 gaan we – het moet niet gekker worden – op eigen fietsen de trein in en hoe lang dat bejaarden bevalt zullen we merken. We beginnen met groepen van maximaal zes mensen. Maar nu Meewind 155. Want we willen de natuur in en geen ambtelijke molens.

Francine betoonde zich onvergenoegd dat we niet met de trein gingen. Ze had net

een dure NS-kortingdag genomen. Ik kon haar niet helpen. Huizen ligt, sinds de Gooische Moordenaar er de brui aan gaf, niet meer aan een (tram)spoorlijn. Er is wel een perfecte snelbusverbinding. Bus 320 brengt je van Amsterdam Amstel binnen veertig minuten naar het Nautisch Kwartier in Huizen, met zijn karakter-istieke kalkovens, waar ze vroeger ongebluste kalk maakten en waar je nu vet kunt feesten. Onze fietsen worden uitgegeven naast het terras van De Haven van Huizen (sinds 1859), waar ooit de haring gerookt werd tot goudgele bokking.

We drinken koffie en rijden langs het Gooimeer naar het nog altijd gewilde speel-

park Oud Valkeveen. Dan over de dure Flevolaan naar Bikbergen en door het IJzeren Veld omhoog naar de Tafelbergheide met schaapskooi. We zakken Blaricum binnen en fietsen verder zuidwaarts naar de velden van de Larensche Mixed Hockeyclub. Daar belt Hilde haar vriendin Karin. Ze nodigt zichzelf en de groep uit en even later zitten we in een wilde achtertuin in Eemnes glazen water te drinken. Mattie en Jan Schipper brengen ook nog even een poppenhuis de trap op. Maar dan wordt het tijd voor de lunch. Ik stel Kasteel Groeneveld voor, in Baarn. Langs de Eempolders fietsen we de Wakkeren Dijk af. Het is druk in het Grand Café aan de museumtuin, maar de plt’s (lees: pastrami, lettuce and tomatoe) smaken heerlijk en de karnemelk is ijskoud. We rijden door de wonderschone kasteeltuin richting Hilversum en buigen dan naar het noorden voor een fikse klim over de Zuiderheide. Via de Zevenenderdrift rijden we Laren binnen. Langs het gemeentehuis met het groene dak, waar appartementen gaan komen, naar Blaricum. Bij IJssalon De Hoop zijn de rijen te lang. Dus karren we over de Oostermeent en langs de Bijvanck en de A 27 terug naar Huizen. We weten niet wat we zien. Hele nieuwe wijken, flats met daktuinen in het water, zomerkaden en strandjes, drie kilometer langs het Gooimeer, te ondiep om te zwemmen, Almere Haven en Almere Hout aan de overkant. Voor we in de bus terug stappen, drinken we bier, thee en scropino op een terras aan de jachthaven.

Bij Crailo stappen we weer over op onze snelbus. Behalve Francine. Zij blijft zitten tot station Bussum-Zuid om vanaf daar haar kortingskaartje uit te baten.

Op Amstel rijdt de tram naar Welling net voor onze neus weg. Dorst.

Meewind 155 op 26 juli 2017 met Jan Schipper, Sjerry van Vlerken, Hilde,

Matti, Francine en uw razende reporter.

Route: Huizen-haven, Oud Valkeveen, Bikbergen, Tafelberg(heide), Blaricum,

Laren, Eemnes, Baarn, Zuiderheide, Vredelaan, Laren, Blaricum, Oostermeent, Bijvanck, Vierde Kwadrant, Huizen (35 km).


Froukje gidste Meewind 154 over roze Texel (18 juli 2017)

Het was op de dag dat het water op Texel roze kleurde, dat Meewind dit eiland weer eens befietste. Niet al het water tooide zich in homotint.
Een speciale alg, de Dunaliellas, scheidt alleen zijn opvallende kleurstof af bij 27 graden Celsius, een zoutpromillage van 41 en een ongewoon lage waterstand. Deze omstandigheid deed zich voor in het Wagejot, binnendijks achter Oostereind.
Hadden we het geweten, dan waren vanuit De Waal niet naar Oudeschild, maar naar Krassekeet doorgestoken, vlak onder de Vlakte van Kerken. Het begon allemaal anders.

Nadat we een Texel-Meewind op 13 juli moesten afblazen bij gebrek aan belangstel-ling, deden we vijf dagen later een nieuwe poging.
Ook die liep niet van een leien dakje. Lenneke zou eerst wel meegaan en daarna weer niet en ook Marianne, die zich te laat had opgegeven, kwam uiteindelijk niet opdagen.
Mooie boel! Voordeel was wel dat Annemieke Hendriks – die Meewind ooit in haar Berlijnse huis ontving – op de valreep meekon.
Zij debuteerde op 18 juli, net als Pim, de amant van Jet, die zijn racefiets had laten vertoerfietsen, terwijl Jet op medische indicatie op een e-bike kwam aanspurten. Een tweede debuut: een electrische fiets binnen een windgedreven rijwielgezelschap.
De robotisering zal niet lang uitblijven. We zijn te zwak om haar de wacht aan te zeggen.

Waarom opnieuw naar Texel? Omdat Hilde daar weer veel zin in had, nadat ze met mij tijdens een novemberstorm in 2008 (Meewind 62) van de Burgerdijk geblazen was. Maar meer nog omdat Froukje Klomp, onze enige archeologe, de Jordaan verruild had voor een stolpboerderij op het zuiglameiland.
Froukje vond het leuk als we langswipten. Een deel van ons miste de boot van half elf, waardoor we later dan verwacht op de Diek in De Waal aankwamen. Froukje reageerde niet op ons wel-luidende fietsbelconcert.
Zij was ons langs een meer gangbare route met afnemende hoop tegemoet gefietst, nadat ze – om de tijd te doden – maar weer eens een tijdje in The catcher in the rye had zitten lezen. De coming of age-roman lag nog open in het gras naast haar nieuwe huis. We mochten binnenkijken.
Van haar partner, een bekend architectuurhistoricus, die op tv regelmatig ruzie maakt met zijn beroemde broer en zus, meer zeg ik niet, hij is rustend, wisten we al dat zo’n stolpboerderij veel weghad van een circustent, gestut door vier palen. Zelf kreeg ik de indruk dat de woning rond de hooiberg was opgetrokken.
Hoe dan ook, er werd hard gerenoveerd en met name de Edwardian schoorsteen in een zijvertrek dwong mateloze bewondering af.

Froukje zei dat we nu echt naar Paal 12 moesten fietsen, aan de Jan Ayeslag. Dat bleek een strandpaviljoen, in het Texels zeg je geen Twaalf maar Tiijlf.
Onderweg, langs de Rommelpot, stond de struikheide dankzij Trump c.s. in volle bloei; vroeger was dat in duingebieden nooit voor eind augustus. Herman, Patricia en Annemiek sprongen als jonge honden in zee, de rest bleef sloom drinken op het terras. Na de lunch, adviseerde Froukje de koelte van de bossen.
Ik ging voorop en pakte de eerste, de beste bosweg, de Natte vlak weg, en dat was stom, want de Rozendijk, langs de oostelijke bosrand was veel idyllischer geweest. Wat later, tussen De Koog en De Waal kon ik mijn gidsdrang goedmaken door Froukje over schitterende fietspaden te voeren, die zij nog niet kende. In De Waal was koud drinkwater en zaten gecostumeerde vrouwen pannen-, krap-, merk- en andere lappen te borduren.
De quilts waren zo mooi, dat je ze met de kerst als loper rustig op tafel zou leggen. Nu kwam er een saai stuk, tegen de wind in, over de Langewaalderweg.
De ‘skuumkoppen’ aan de jachthaven in Oudeschild maakte veel goed. Helaas wordt er hard aan de waddendijk gewerkt, waardoor we binnendijks moesten blijven, wat ons gelukkig even door het Jeneverbuurtje leidde.
Opeens, toen we de dijk weer opkonden, bij het Prins Hendrikgemaal, kneep Froukje er lachend tussenuit. Ze pakte de Amaliaweg, terug naar haar geluksstulp. Wij mochten het laatste stuk langs de Waddenzee rijden en zagen bij aankomst in de veerhaven de Texelstroom tergend traag van ons wegvaren. De volgende boot naar de vaste wal, was die van zes uur, een uur later.
In Den Helder reden we nog een tijdje zinloos achter elkaar aan, op zoek naar haring. Vergeet het, haring na 18.00 uur, in Den Helder.

Meewind 154 werd op 18 juli uiteindelijk verreden met Froukje, Hilde, Matti, Herman, Robert, Patricia, Annemieke, Jet, Pim en uw dienstwillige chroniqueur.

De route: ’t Hoorntje-Den Hoorn-Paal Tiijlf-Ecomare-Burgernieuwland-De Waal-Oudeschild-Redoute-Waddendijk-Veerhaven (39 km).

Meewind 153 – Waterland: Kinselmeer, Ilperveld, Het Twiske en vier ponten

Alles scharniert deze tocht om het pontje over het Holysloter Die. Je ziet nog dat het een trekpontje was. Maar nu is er een buitenboordmotor. Het pontje wordt gevaren door twee vrouwen met hun hond. We moesten tot juli wachten voor we er doorde-weeks mee konden overvaren. We zijn met zes fietsers en dat past net. De overtocht kost vandaag een euro twintig, maar die prijs lijkt niet erg vast. Als je Waterland op zijn mooist wil zien, moet je met dit pontje. Als je over gevaren bent, sta je in een weiland tussen de koeien. Het is niet duidelijk hoe je verder moet. Tot je ontdekt dat er her en der planken liggen over slootjes met daarnaast rails waar je fietsenbanden in passen. Het is wat ongemakkelijk, maar je weet zeker: hier gaan nooit rolkoffers rollen.

Meewind is herrezen. Het duurde tot na mijn tentamens over Kant, Hegel en Nietzsche, voor we weer konden opstappen. De eerste tocht van 2017 zouden we vanuit Amsterdam rijden, op eigen fietsen. We verzamelden dit keer bij de OBA, de grote bibliotheek op het Oosterdokseiland. Er waren voor de eerste tocht vijftien willekeurige liefhebbers gemaild, van wie er vijf kwamen opdagen: Marja, Hilde, Matti en Joop met debuterende vriendin, zekere Mila. Zij woont in de Pijp en leerde ooit voor personeelswerker op de rode Sociale Academie aan het Kart-huizersplantsoen in de Jordaan.

Als eerste brengen we een kort bezoek aan ons wonderschone appartement aan de Bogorbeach met uitzicht over het IJ naar twee kanten. De knappe Patriesschenkt koffie en doet ons uitgeleide op het pontje naar Noord, maar fietst verder niet mee. We rijden langs cafe ’t Sluisje, dat de buurt kon behouden dankzij een stevige financiële injectie van Patricia Orlow, die tegenover het café is gaan wonen.

Maar we jakkeren door over de dijk naar Marken langs het Kinselmeer. Een vrouw zet haar fluit in elkaar; zal zij gaan spelen voor de vogels? Dan om de Blijkmeer-polder heen, op Holysloot aan. Over met de pont, zie boven, en verder naar Broek. Bartje is niet thuis. We eten heerlijke pannenkoeken en vieze, in de margarine gebak-ken, tosti’s op het terras van De Witte Swaen, bekend van de voor de hand liggende slagzin Kom naar Broek voor een pannenkoek. Ik aarzel tussen de pannenkoek Zonder Zorgen en het flensje Boswandeling. Snel door naar Overleek en Ilpendam.

Alweer het derde overzetveer vandaag, dit keer over het Nooordhollandsch Kanaal.We steken het Ilperveld door en rijden recreatiegebied Het Twiske binnen. Hier kan je heerlijk zwemmen, maar we doen het niet, want alleen Matti heeft – aangespoord door mijn mail: bij warm weer zwemgoed mee, zijn zwembroek meegenomen. En dan zijn we al weer terug in Noord. Langs de Molenwijk en tuindorp Oostzaan, zit je zo op het terras van de IJ-kantine, waar Meewind al vaker afbluste. Verder weinig nieuws, alleen misschien dat Joop zo vaak van zijn fiets lazerde, dat je bijna ging denken dat hij het erom deed. Joop kan prachtig luidruchtig vallen. Een dag later zag ik zijn nieuwe Brooks-zadel, duurder dan het hele aftandse herenrijwiel.

Het pontje over het Holysloter Die was een oude bekende. Al in het eerste Mee-windjaar, op 13 juli 2005, staken we – ook Daphni en Irving – ermee over. Maar we kwamen toen van de andere kant en Marianne Houtzager wist de weg, omdat ze er vlakbij een huisje had op de illegale camping “De Kikkers’, in de knik van de weg naar Ransdorp, lezen we in het verslag van Meewind 8 op de Wellingsite.

Route Meewind 153 op 7 juli 2017: OBA, Java eiland, Oostveer, W.H. Vliegenbos,

Nieuwendammerdijk, Schellingwou, Durgerdam, over de dijk langs het Markermeer, Holysloot, Zuiderwoude, Broek in Waterland, Overleek, Ilpendam, pont over het Noordhollandsch Kanaal, Ilperveld, Den Ilp, Het Twiske, Landsmeer, Amsterdam-Noord, NDSM-veer, CS, Welling (41 km.).