Meewind 2017 – 2018

MEEWIND 165 SLINGERT ROND KNOOPPUNT PAALGRAVEN – 31 augustus 2018

Bij de viering van het seizoenseinde 2018 deed Meewind minstens twee dingen die het nog niet eerder deed. Het koos het messentrekkersstadje Oss als station van uitval* en het (be)trok zijn ov-fietsen uit een onbemande automaat, wat nog een heel gedoe is, op zijn best eventueel voor herhaling vatbaar. Want je banden kan je er niet meer even lekker oppompen en als er in slag in je wiel zit (wat mij overkwam), kan je niet fluks een beter exemplaar uit een rek trekken.

Eerst Oss. Wie Oss zegt, zegt ook Bende van Oss, Unox en Organon, worst en anti-conceptiepil, Van den Bergh & Jurgens, lees Unilever, Jan Marijnissen (ooit worsten-maker) en Harry de Winter (zijn vader Max vond de pil uit). De schouwberg heet er Lievekamp, zoals in Drachten Lawei, in Emmen Hunneschans, in Apeldoorn Orpheus, in Dordrecht Kunstmin, in Dronten Meerpaal, in Hoogeveen Tamboer en zo zijn er vast nog meer leuke namen te bedenken.

Als je een station lang gemeden hebt als de pest, is dat natuurlijk geen toeval. Naar Oss zit je langer dan een uur in de trein (dat gaat van de fietstijd af), de plaats zelf is uitgesproken lelijk en crimineel en de omgeving is – vriendelijk gezegd – onbestemd.Wij befietsten deze laatste dag van augustus de streek tussen de Peel en de Betuwe, je kunt ook zeggen tussen Het Rijk van Nijmegen en de Meijerij van Den Bosch, of tussen het Land van Maas en Waal en het Land van Cuijk.

Hart van Meewind is dit keer een beroemd snelwegenknooppunt, genaamd Paalgraven. Zoals bekend vertakt de A50 (afkomstig uit Zwolle) zich hier in een afsplitsing naar Eindhoven en een naar ’s Hertogenbosch (A 59) en daar komt nog heel wat bij kijken, vooral als je er steeds met de fiets om- en overheen moet.

Andere knooppunten met even robuuste als raadselachtige namen zijn Deil, Hintham, De Hogt, Galder, Zonzeel en Empel.

Er wordt zo uitgeweid over niks, dat we moeten vrezen dat er onderweg weinig te beleven viel. Dat klopt. Ik heb voor jullie slechts één zandsculptuur (de andere waren nog niet open, hoewel gratis toegankelijk), wat oude rommelbossen met droge vennen, verdacht veel voetspecialisten en opslagbunkers voor gedateerde Amerikaanse kruisvluchtwapens, opmerkelijk veel plaspauzes, één dode Maasarm,één Port van Cleve (ik weet er zo al zes andere, in Nederland) en het vestingstadje Grave (beneden de sluis), bekend van de waterstanden vroeger op de radio.

Plaatsjes waar wij door kwamen hadden namen als Reek, Herpen, Overlangel, Escharen of Duifhuis. We fietsten ook nog door Velp, dat vroeger toch echt naast Arnhem lag. En verder regende het Putwielen, Rusvennen, Maashorsten en Horzakken,. Horzak is een wijk in Oss, net als Kortfort, Ruwaard en Piekenhoef trouwens.

En dan nog iets. Voor het eerst van mijn leven ben ik niet onder hoogspannings-kabels doorgefietst, maar onder de masten die deze kabels leiden zelf. Een fietspadecht overhuifd door heusche hoogspanningsmasten.

Mijn mede-Meewinders hebben er niets van gemerkt, maar als je mij niet gelooft, ga dan zelf gerust kijken op de Paalgravenlaan in industriegebied Vorstengrafdonk, ten oosten van Heesch en op de spreekwoordelijke steenworp van het roemuchte knooppunt. Wals die woorden wellustig over je tong: Paalgraven en Vorstengrafdonk. Subliem.

Meewind 165 op 31 augustus 2018

Deelnemers:

Joop, Joost, Jet, Jan Haas, Sjerry & Jan, Matti, Hilde en Francine (9 stuks).

Fietsen:

8 x o.v. en 1 rode fiets van fietshuis Jan Vernooy uit de Kruisstraat.

Route:

Oss-Hazenakker, Rijsvennen, Herperduin, Herpen, Putwielen, Overlangel,

Oude Maasdijk, Velp, Grave, Escharen, De Bult, Reek, Duifhuis, Gaalse Heide,

Schaijk, knooppunt Paalgraven, Vorstengrafdonk, Witte Hoef, Oss-Kortfort

(maakt 42 km).

* Er zijn 400 stations in Nederland en Meewind rukte 165 keer uit en doet dat niet altijd per trein maar soms per auto, dus hebben we nog heel wat stations voor de boeg, al weten we zeker dat we ze alle 400 honderd nooit gaan aandoen. Sommige liggen te ver weg voor eendaagse tochten. Of er zijn geen fietsen te huur, of ze liggen in te onaantrekkkelijke gebieden. Waarom zou je gaan fietsen vanuit Boskoop-Snijdelwijk, Heerlen-Woonboulevard, Rilland-Bath of Hengelo-Gezondheidspark? Het vaakst vertrokken wij vanaf Amsterdam Centraal. Andere favoriete Meewindstations hebben vaak dubbele namen. Denk aan Naarden-Bussum, Driebergen-Zeist, Heemstede-Aerdenhout en Ede-Wageningen, Stations waar ik nog graag wil vertrekken en waar we dat nog niet eerder deden zijn: Baflo, Enschedé-Kennispark, Kropswolde, Gouda Goverwelle en Waddinxveen-Triangel.

ZOMER 2018 – SLOTAKKOORD EN NAZIT

Deze bloedhete zomer rukte Meewind in de maanden juli en augustus acht keer uit, zes keer eendaags en twee keer driedaags. We fietsten de Meewinden 158 t/m 165 vanuit Heerde (met auto’s), Hoorn, Leuven, Haarlem, Ede-Wageningen, Ermelo, Almen en Oss. Dat betekent veel water en vaartochtjes (maar zwemmen ho maar, behalve twee keer in Almen): IJssel, Neder-Rijn, Maas, Noordzee, Markermeer, Berkel en Wolderwijd. We reden ook door het Zoniënwoud (onder Brussel), de Kennemerduinen, de Gelderse Vallei en de Achterhoek. In totaal fietsten we 354 km, gemiddeld 29,5, gezien de verzengende hitte en de staat van de fietsen en heur berijdsters best oké. De laatste tocht was de langste: 42 km. Spetterende debutanten waren dit jaar Ina Rilke, Joost Vlieger en Han de Vries. Verder fietsten gretig mee (in abc-orde): Brigitte Pouw, Francine Stoffels, Herman van Gunsteren, Hilde Visser, Jan van Frankenhuysen, Jan Haasbroek, Jan Schipper, Jan Trap, Jet van Dam van Isselt, Karel Hamelynck, Margit van Frankenhuijsen, Marja Schouten, Marjolijn Haasbroek, Martijn Meijer, Matti von Berg, Patricia van Mierlo, Pim Vermeulen, Robert Kuiper, Sjerry Vlerken, Tonja van Rijthoven, Els Ydo (24).

Volgende zomer zou ik bijvoorbeeld wel eens (meerdaags) willen fietsen over de Lünenburger Heide, rond de enclaves Baarle-Hertog en -Nassau, in Friesland en rond Roermond en Kevelaer.


Meewind 16421, 22 en 23 augustus 2018

De Gelderse Achterhoek is te groot om in drie dagen per fiets te verslinden. Meewind verkende deze zomer het noordwestelijke kwadrant. Dat is het gebied tussen Steenderen in het westen, Ruurlo in het oosten, Deventer in het noorden en Gelders Hengelo in het zuiden. Eerder (Meewind 145 in 2014) fietsten wij vanuit Winterswijk door de oostelijke Achterhoek, met als hoogtepunten het Montferland en het Buurserzand. Wat nu nog aan Achterhoek resteert, is niet urgent. Want rond Varsseveld valt er weinig te beleven; het is er te agrarisch en er zijn daar geen leuke landgoederen en kastelen meer.

Het Meerwindsucces drijft op spotgoedkope arrangementen uit ANWB-gids en Volkskrant van aanbieders als Voordeeluitjes.nl en Travelbird. De hotels waarin je dan verzeild raakt, hebben vaak een verleden als sanatorium, verpleeghuis of gesticht.

De kamers zijn niet veel soeps, maar de ligging van de verblijfslocaties is vaak wonderschoon. Dat geldt zeker voor Landgoed Ehzerwold, iets oostelijk van Almen gelegen tussen het Twenthekanaal van Zutphen naar Enschedé en de heerlijk meanderende Berkel. E-bike hotel Ehzerwold is een lusthof van parken, fonteinen, terrassen, tuinen en paviljoens. Het krioelt er van de krasse oudjes die voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Er is in de arrangementen steevast een welkomstdrankje, diner-buffet, proeverijtje en/of gratis wandelroute of streekgerecht inbegrepen.

De eerste dag doen we een rondje Gorssel. Dit keer oriënteer ik mij met behulp van een wandelkaart, met de heerlijke schaal 1:25.000, waarin dus een kilometer in het terrein wordt weergegeven in niet minder dan 4 centimeters kaartbeeld. Voordeel is dat je tot in de haarvaten van een gebied kunt doordringen. Nadelen zijn dat je dan vaker door mul zand dan over glad asfalt voortgaat en dat je je op wandel- in plaats van fietsknooppunten verlaat en dat is als je dertig kilometer wilt fietsen geen pretje.

Voor de declamatie van Starings Zutphense vertelling over Den Hoofdige Boer stellen wij ons op tussen het gelijknamige logement en ’t Almensch kerkje. Door de Harfense Steeg en over de Jodendijk rijden we noordelijk langs Eefde. De Ravenswaarden langs de IJssel fietsen we niet echt in, want we zijn te laat gestart en de rivier zelf kan je toch niet zien. We moeten lunchen en zijn met zijn vijftienen en bovendien is er een museum te Gorssel. Dus zit er maar één ding op: ik laat de groep vrij. Ze moeten zelf maar zien of, waar en met wie ze eten, kunst kijken, shoppen of rondwandelen.

Vrijheid, blijheid, na vijf kwartier weer verzamelen. Er is geen tijd meer voor Epse, Dorth of Harfsen. We rijden door het bos van Joppe en over de bloeiende Gorsselse Heide terug naar het hotel om zwemplunje te halen. Dan is daar de verrassing: een tochtje met een fluisterboot over de Berkel. Alles krijgen we van twee doorgewinterde schippers te horen over afwatering, kanalisering, flora en fauna, stroomdraad en grasland. De flesjes Berkelbitter gaan grif van de hand. Na afloop gaat een deel zwemmen, een deel drinken in de elegante theetuin van De Hoofdige Boer en de rest doet een hazenslaapje.

De tweede dag rijden we langs Huize De Voorst naar hartje Zutphen. We drinken koffie op de Houtmarkt, slaan idioot veel afgeprijsde jurken en hemden in en rijden langs de Walpurgiskerk de stad uit, langs de oostoever van de IJssel. Dan beklimmen we de Cortenoeverse brug om vervolgens via de Brummense bandijk koers te zetten naar Bronkhorst (sinds 1482).

In dit idyllische museumdorpje verorberen we te weinig mosterdsoep en te dikke broodhompen, opgetast op overdreven etagères. De rinse rundercocktails en de witte bieren zijn niet aan te slepen, want het is bloedheet. Dan is er – naast de slotkapel van het vroegere kasteel – opnieuw een Staringervaring.

Sikkels klinken, sikkels blinken

Ruischend valt het graan

Zie de bindsters garen

Zie in lange scharen

Garf bij garven staan (2x)

Ons staat een zware terugtocht te wachten. We fietsen over Baak en Wichmond en dan eist men thee. Ik zoek op de kaart het dichtstbijzijnde theekopje en ga de groep voor naar De Rietberg aan de Veengoot. In een overdekte voormalige hooiberg kan je zelf thee maken en raketijsjes pakken. Er is een betonnen tafeltennistafel, je kunt slapen op boomstammen en de wei staat vol lama’s. Langs kasteel Hackfort, door de Leestensche Broek en over Warken rijden we terug naar Almen. Weer zwemmen.

En dan met auto’s door het bos naar Vorden waar we à la carte eten bij het driekwart eeuw oude familiehotel Bakker. Aperitief in de tuin, diner aan vier tafeltjes in de serre, die Binnenhof heet. Kalfslever, spoom, brussels lof, mosselen, Arnhemse meisjes, u vraagt, wij dienen op. Iedere zijn eigen consumptiekaartje.

De derde dag gaan we naar Lochem. Eerst rijden we over smalle paadjes langs schitterende formaties van jeneverbesstruiken in het Klein Dochterensche veld, waar ook de korte verhalenschrijver A.L. Snijders woont. De rest van de ochtend gaan te asfalteren wegen ons treiteren. Welke steeg of dijk we ook in of op rijden, overal wordt ons de weg versperd door asfalteermachines. Over de meest onwaarschijnlijke paadjes – we tillen onze loodzware toerfietsen over omgewaaide bomen – weten we uiteindelijk Lochem te bereiken. Koffie bij Scholten tussen het oude Raedthuys en de Gudulakerk.

Dan tussen hoge maisvelden doorploegen over een mulle Hessenweg langs de hellingen van de Lochemse Berg. Op naar Barchem, alwaar een lekkere lunch met grote flessen ijskoud kraanwater op het terras van het gerenommeerde In de Groene Jager’. Weer wordt de groep gesplitst. Er zijn er die langs de kortste weg terug naar het hotel willen. Anderen gaan met Pim en Francine mee naar het Heiligenbeeldenmuseum in de kerk van Cuypers te Kranenburg (bij Vorden), waar tijdelijk veertien tegelpanelen met kruiswegstaties in neogothische stijl te zien zijn, die door Francine en haar tegelemonen nog met veel toewijding uit de Amsterdamse kerk De Liefde aan de Bilderdijkstraat zijn gebikt.

MEE(R)WIND 164

Data

21, 22 en 23 augustus 2018

Deelnemers

Jet & Pim (op de fiets), Tonja & Martijn (BMW), Margit & Jan , Sjerry en Jan (Lexus), Patricia & Jan, Hilde en Francine, Els en Marja (Volvo), Robert (BMW).

Routes

Dag1

Almen, Eefde, Eesterweerd, Gorssel, Joppe (24 km)

Dag 2

Zutphen, Brummen, Bronkhorst, Baak, Wichmond, Hackfort, Warken (38 km)

Dag 3

Klein Dochteren, Lochem, Barchem en Kranenburg (34 km).


MEEWIND 163 EEN RONDJE WOLDERWIJD17 augustus 2018

Niemand hoeft naar Zeewolde. En juist daarom deed Meewind het. Bijna 20 jaar draaide het femofietsgezelschap als een kat om de hete brij, maar in de nazomer van 2018 kwam het ervan. Honderd jaar na de vaststelling van de Zuiderzeewet. Eerst reden wij in drie auto’s naar fietsverhuur Van Nijhuis in het buitengebied van Ermelo. Vervolgens fietsten wij over de Zeeweg en de Schaapsdijk naar Strand Horst. Van daar voeren wij het Wolderwijd over met de scholierenboot, die Flegel heet. Vreemd. We nemen de langere zomerroute. Niet naar het strand, maar naar de haven. Om de zwanenkolonie heen.

Het Wolderwijd scheidt het Nijkerker- en Nuldernauw van het Veluwemeer. De dikke van Dale kent de term nauw wel als zelfstandig naamwoord, maar de term wijd alleen als bijwoord. Er bestaat dus wel een zee-engte, maar niet zoiets als een meer-wijdte. Flevoland wordt onderwijl van west naar oost omgeven door de rand-meren IJmeer, Gooimeer, Eemmeer en Veluwemeer, niet meer en niet minder.

Zeewolde dus. De naam staat voor ‘oerbos, door zee overspoeld’. Swifterbant, Biddinghuizen en Roggebolt zijn ook niet veel soeps, maar Zeewolde spant de kroon. Veel ouder dan 25 jaar is het niet en dat zie je er aan af. Wat heeft het frisse dorp te bieden? Allereerst natuurlijk zijn centrale ligging drie meter onder de zeespiegel.

Zeewolde staat verder voor ontspannen, ontdekken, sfeer proeven, actief uitleven, kortom voor puur plezier. We drinken matige koffie op een lullig terras met lichtjes en palmen. Gelukkig is daar – voor de broodnodige afleiding – Femke met haar toverdoos.

Het bos naast Zeewolde heet het Horsterwold. We gaan het in. Eerst langs een speel- en klimbos, dan over een verschrikkelijk schervenpad tot aan de Dasselaarsweg.

Daar naar rechts en dan de Spiekweg over en nog dieper het veel te jonge loofwoud in. Door moerasgebied de Stille Kern met zijn konikpaarden en langs de Blauwe Diamant met een gezin in kano’s. De tuurtoren, het naturistenpark en het Meer van Galilea missen we. Want we willen ook nog naar het Harderbos met zijn hooglanders en het pannenkoekenhuisje van Hans en Grietje. Maar ook dat blijkt te hoog gegre-pen. We fietsen heerlijk langs het Wolderwijd en over de Knardijk langs het Harder-broek, maar dan is het te laat om nog langer in Flevoland te blijven hangen.

Genoeg gepolderd; we steken over naar Harderwijk, bekend van spionnenschool en dolfinarium. Dat wordt kibbeling eten aan de boulevard. Dan is de keuze om nog een stukje Veluwe mee te pakken of ons rondje Wolderwijd helemaal af te maken. We doen het laatste. Eerst hebben we het water rechts en Harderwijk links en daarna houden we het water rechts en krijgen we de A 28 links. Erg spectaculair is dat niet. Ik schaam me voor deze wat al te schrale afloop.

Meewind 163 op vrijdag 17 augustus 2018

Route:

Ermelo, Horst, Wolderwijd over, Zeewolde, Horsterwold, Harderbroek, Knardijk over, Harderwijk (32 km).

Deelnemers:

Twee debutanten: Joost Vlieger en Han de Vries.

Drie Jannen (Schipper, Van Frankenhuysen en Harderbroek).

Voorts de meisjes Jet, Ina, Hilde en Margit.

Dan nog: één Matti.

Maakt samen: tien Meewinders. Niet slecht voor Zeewolde.


MEEWIND 162 OP ZOEK NAAR ZICHZELF – 10 augustus 2018

Joost was te laat. Ze kwam niet opdagen. De intercity naar Nijmegen reed zonder haar weg van spoor 4 op Amsterdam Centraal. De achtste huurfiets bleef ongebruikt staan achter partycentrum De Reehorst in Ede. Joost blijft welkom. Debuteren bij Meewind kan altijd.

Na vier tropische Meewinden naar Heerde, Hoorn, Heverlee (in Vlaams Brabant) en Haarlem fietsten we eindelijk onder puike weersomstandigheden. Een frisse bries, schitterende Hollandse luchten en af en toe een kort, fel en heilzaam buitje.

We rijden zuidwaarts langs kasteel Hoekelum naar Bennekom, bekend van het gruwelijke lied

Een jongeman uit Bennekom

Die vond een oude vliegtuigbom

Hij nodige zijn vriendjes om

Het ding te demonteren

Op zijn begrafenis verscheen

Van al die vriendjes er niet een

Zij lagen met versplinterd been

Dat kwam van het exploderen

Na de A12 slaan we meteen rechtsaf de Gelderse Vallei in. Over mooie schaduw-rijke kronkelweggetjes en over fietspaden langs grebben en griften rijden we af op de Grebbeberg. Die fietsen we niet op. Wel staan we stil bij kazemat S15, waar dienstplichtig sergeant N. Hendrikse met slechts één mitrailleur en elf manschappen moedig standhield tegen de Duitse overmacht.

En dan gaan we eten in panoramares-tauant De Blaauwe Kamer, dat uitzicht biedt op wat reeën in een uiterwaard. We laten de pont naar Opheusden voor wat hij is en fietsen over een dijk naar Wageningen, de stad van de life sciences. Ook Wageningen gaan we niet in, noch de Wageningse Berg op. We blijven tussen Wageningen en de Nederrijn doorfietsen. Van de rivier zie je weinig, op zijn hoogst een enkele strang. Ik heb opgezocht wat ‘strang’ betekent.

Het is ‘dode rivierarm’. We laten de vervaarlijk rook uitbrakende papierfabriek van de internationale Smurfit Kappa Groep rechts liggen en rijden de lange oprijlaan van het Oranje Nassau’s Oord op, in Renkum zeggen we eenvoudig het ONO. Een oord is een plaats waar een bepaalde functie vervuld wordt, bijvoorbeeld een skioord.

Koning Willem III kocht het ooit om de heimwee van zijn vrouw Emma (naar haar geboortestreek in Hessen) te verzachten. De Veluwe lijkt in de verste verten niet op Hessen, maar Willem III deed wel meer rare dingen. Later kwamen er longlijders te liggen en tegenwoordig kan je er redelijk revalideren dankzij de Zinzia Zorg Groep.

Dat is het leuke van Meewind; je hoeft niet mee te fietsen om toch heel wat aan de weet te komen. Bij de ommuurde tuin ziet Sjerry dat haar Jan zijn tas niet meer heeft. Die rijdt pijlsnel terug naar een fietsenschuurtje waar wij even schuilden voor de regen.

Dan langs het restaurant Campman, dat laatst nog uitbrandde. De Gelderlander van 26 maart 2017 wist te melden dat het vuur bij de frituurpan razendsnel om zich heen greep, zodat de blusdekens niet baatten. Het vuur trok door de afzuigkap heen en al snel brandde het pand als een lier, wat veel bekijks trok. Pas na anderhalf uur kon het sein brand meester worden gegeven. Maar we moeten verder, nu langs Nol in ’t Bosch, al sinds 175 jaar een populaire bestemming voor de vakantieganger en de vermoeide zakenmens. Een nol, maar dat wist u al, is een zandheuvel, maar net zo zeer een ongerooide stomp van een gevelde boom. En nollen is – naar believen – foppen of neuken.

En nu geen flauwe kul meer, maar regelrecht over de Keijenberg en de Oostereng terug naar station Ede-Wageningen. In de trein zitten twee vrouwen die de hele dag op zoek waren naar zichzelf en wat is, zeg eerlijk, Meewind meer dan dat?

Meewind 162 op 10 augustus 2018

Deelnemers: Tonja, Francine, Ina, Hilde, Sjerry en Jan S. en Jan H.

Route: Ede, Bennekom, Grebbeberg, Blauwe Kamer, Wageningen, Oranje Nassau’s Oord, Renkum, Oostereng, Bennekom (34 km).

Wie de Blauwe Kamer-route van de ANWB zelf nog eens wil narijden heeft genoeg aan de fietsknooppunten 90-91-92-28-31-24-81-80-89-88 en 67 (in deze volgorde, al kan omgekeerd natuurlijk ook).


Meewind 161 naar Haarlem 0p 2 augustus 2018

Het blijft krankzinnig warm. Een van de beste plekken waar je in de hitte kunt verwijlen is op de fiets. Het is er veel aangenamer dan bijvoorbeeld in trein of tram.

Als je maar de goede route kiest. Het station van uitval moet dichtbij Amsterdam liggen. Je moet veel door bossen kunnen fietsen, liever loof- dan naaldbossen, je moet een zwemmoment inlassen en er moet onderweg genoeg vers koud water te koop zijn.

Al te steile hellingen en afdalingen moet je mijden. Dat wordt dus een rondje Haarlem.

Wij verzamelden bij Amsterdam Centraal en stelden ons op bij spoor 2A, voor de trein naar Haarlem. En toen gebeurde er iets raars. Vanaf spoor 2B kwam onze trein aanrijden, die niet stopte op spoor 2A, maar daar ijskoud voorbij reed. Dat worden brieven op poten naar NS. Woedend waren heel wat wachtenden. De volgende trein genomen en zes damesfietsen (bij hitte altijd damesfietsen nemen, ook voor de heren) gehuurd op station Haarlem.

Tegenwoordig heet elke stationsrijwielstalling fietspoint, een lelijke botsing van talen.

De lezer merkt al, er is niet te veel gebeurd tijdens Meewind 161, want werkelijk elk detail wordt breed uitgemeten. Snel naar De Grote Markt, waar een festival wordt voorbereid en alle stedenschoon aan het zicht onttrokken wordt door witte plastic schermen.

Dus dit keer geen koffie bij good old Teisterbant (van Mulisch en Bomans), maar een terrasje verder, bij hotel GL of LG (Lonneke en Gerard?) op het Klokhuisplein, tegen de Bavo aan. De toiletten in de kelder hebben pedotegels met spelende kinderen waarover onze tegelkenster Francine zeer te spreken was.

We fietsen aan de schaduwzijde langs het brede Spaarne naar het zuiden. Het Spaarne, hoe mooi ook, is als rivier niet oké. Vroeger verbond het het IJ met het Haarlemmermeer, nu een zijkanaal van het Noordzeekanaal met de ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Je kunt er nog maar acht kilometer langs fietsen: van Spaarndam naar Cruquius.

We steken met dertien in plaats van de toegestane twaalf fietsen over met een gratis ecopont. Het scheepje zinkt niet. We rijden een stukje door Den Hout, het oudste stadsbos van Nederland.

Door naar Heemstede. We missen park Groenendaal en De Glip en rijden langs de Leidse Trekvaart (in plaats van door het Vinkenduin) naar Aerdenhout. Het is korter, maar ook minder schaduwrijk. In Aer-denhout een ommetje door wat villawijken en dan over een strak fietspad door Bent-veld naar Zandvoort. Opnieuw: Lang zo mooi niet als gepland, maar korter, veel meer wind, zon in de rug en geen hellingen en dat is wat telt boven de 30 graden.

Bij Zandvoort houden we de lelijke buitenkant. Over de boulevard fietsen we naar Bloemendaal aan Zee. Daar de Kennemerduinen in. Iets na enen komen we aan bij strandtent Parnassia, vol teamspirit, sunshine en smiles. Nergens zie je méér duinen bij het handen wassen. Het lijkt ons binnen nog het koelst.

Van zwemmen zal het weer niet komen. Steeds vraag ik van de Meewinders om badkleding mee te nemen, maar we hebben deze zomer nog geen enkele keer gezommen. Niet in de IJssel, niet in het Markermeer, niet in de vijvers van het Zoniënwoud, niet in de Lije en nu weer niet in onze eigen Noordzee. Wat is er aan de hand? Is de jansaliegeest in Meewind geslopen? Zwemt Meewind in principe niet? Nee, dat is het niet.

Mag ik even herinneren aan de Meewinden 39 (IJmuiden), 75 (Heerderstrand), 95 (Nieuwkoopse Plassen), 108 (naakt tussen kwallen in Schoorl), 115 (Weerribben), 117 (Vinkenveensche Plassen) en dan vergeet ik er vast een paar. Maar we worden ouder, alles wordt preutser, de aarde warmt op en de zeespiegel stijgt.

Dit keer had Francine overtuigende argumenten om het water te mijden. Het was nog net geen opkomend tij, zei ze. Het strand was op zijn breedst en nog vele tientallen meters zou het water niet verder reiken dan tot de knieën en wie wil dat?

Dus fietsen we terug. Niet het zware parcours door de Kennemerduinen, maar zwevend en golvend over de weg naar Overveen. Dan trakteer ik nog op een aan-lokkelijk ommetje. Door het Brouwerskolkpark, langs het landgoed Elswout (Bartje zat er nog op het lyceum), even de Pijlslaan, opnieuw door de Kleine Hout, door het Rozenprieel en langs Het Spaarne met Gravesteinerbrug en Teylersmuseum.

De terugtrein is hel: overvol, bloedheet, kinderwagens, overal stoppen. Het heet sprinter, maar het maakt geen vaart.

Meewind 161 op 2 augustus 2018

zes deelnemers: Patricia, Ina, Francine, Matti, Jan (van Margit) en Jan (van Patricia).

route: Haarlem, Heemstede, Aerdenhout, Bentveld, Zandvoort, Bloemendaal aan Zee,

Kennemerduinen, Overveen (29 km.).


MEE(R)WIND 160

data: 24, 25 en 26 juli 2018

lokaties: Leuven (hoofdstad Vlaams Brabant), Brussel-Ukkel en -Elsene, Terkamerenbos, Zoniënwoud en Oud-Heverlee en Zoet Water.

deelnemers:

jongens: Robert, Karel, Herman, Jan Trap en Jan van Ruisbroek (5)

meisjes: Ina Rilke (klaterend debuut), Brigitte, Francine, Hilde, Patricia (5).

weer: Hittegolf

routes

dag 1 Leuven binnenstad.

dag 2 Naar Brussel. Ukkel en Watermael-Bosvoorde, Terkamerenbos en Zoniënwoud.

dag 3 Heverleebos, Blanden, Vaalbeek en Zoet Water.

Geschatte totale afstand in drie dagen: Per fiets 50 km. Te voet (naast fiets heuvel op en zonder fiets) 16 km. Ina had een stappen- en een fietsafstandenteller, maar de tweede dag stond die niet aan.

Meewind staat er om bekend dat het onder alle weersomstandigheden uitrukt. Ook de bloedhitte schuwen wij niet. Wie herinnert zich niet de étoufante marteltocht langs de kurkdroge IJssel tijdens Meewind 127, verreden op 18 juli 2013?

Toch kan het nog erger. Want dit keer worden we drie dagen lang vergezeld door een helse hittegolf met waarden van rond de 35 graden. En dan gaat het atrium fibrileren of er openbaren zich andere gebreken zoals zwabberknieën of wapperbekkens, ik noem maar wat.

Voor de elfde Meerwind pakten wij op spoor 14A van Amsterdam Centraal de Belgische trein van 09:22 uur naar Brussel-Midi. Hij halteerde dit keer niet onder de kap, maar ver daar buiten. De trein was stampvol, velen moesten uren staan.

Wij stapten over in Mechelen en konden rond half één inchecken in twee hotels.

Niet alle kamers waren al schoon, zoals dat gaat midden op de dag. Een van de hotels lag hoog achter het station en was alleen met liften te bereiken, die door de hitte regelmatig uitvielen. Het station werd verbouwd. Er waren tijdelijke toiletten in containers op onvoorziene plekken.

Het programma belooft voor de eerste middag een fietstochtje en daarna een wandeling door het aantrekkelijke Leuven. Maar daar zal niets van terechtkomen.

We fietsen langs de Universiteitsbibliotheek en door het Groot Begijnhof, waar Ina ooit in een vertaalhuis zat.

Even de Sint Jan de Doperkerk in. Dan door naar de Kruidtuin. Verkoeling zoeken we bij De Optimist op de Vismarkt. Daarna rijden we door het Sluispark en langs de Havenkant, waar silo’s worden omgebouwd tot yuppenflats, terug naar het Martelarenplein. Voor een wandeling door het Sint Donatuspark, langs de Dijleterrassen en over de Grote Markt met Stadhuis en Sint-Pieterskerk is het te warm.

De Abdij Van Park en het Arenbergkasteel zullen we zien als we – op de derde dag – een stukje onder Leuven gaan fietsen. ’s Avonds eten we in de volle tuin van De Blauwe Schuit.

De tweede dag nemen we – met fiets en al – een forensentreintje naar Eigenbrakel. Karel voelt zich niet goed en blijft met Brigitte en Jan Trap achter in het hotel in Leuven. De overige zeven stappen uit in Diesdelle en zijn dan aan de zuidwest rand van Brussel, in Ukkel.

Eerst klimmen we naar het Observatorium waar het Belgische weer voorspeld wordt, zoals bij ons in De Bilt.

We zakken af naar het Terkamerenbos en stuiten op een pontje naar het Robinsoneiland. Dit gaat om twaalf uur varen; er is nog even tijd voor een verhaaltje over het beroemde Zoniënwoud (4400 ha.).

Het kolenbrandersbos valt onder het UNESCO-werelderfgoed prehistorische bossen. De vele meer dan 200 jaar oude beuken geven de paden eronder vaak een kathedraaleffect. Het bos ligt in drie gebieden: de provincies Vlaams en Waals Brabant en het gewest Brussel.

De taal-grens loopt er dus dwars doorheen. Het woud wordt ook nog liefdeloos doorsneden, gevierendeeld is missschien een beter woord, door autosnelwegen en spoorlijnen. Wie kent niet het bedevaartsgehucht, tevens stoplicht, Jezus-Eik?

Het pontje komt er aan, we kunnen oversteken. Aan de overkant duwt men ons menukaarten in de hand, zodat we even later onbedoeld en te vroeg zitten te lunchen op een schaduwrijk terras met schitterend uitzicht over water en park.

Ons restaurant heet Chalet Robinson. Na het diner rijden we het Zoniënwoud in. Het is er koel en dat is maar goed ook want er worden inspanningen gevraagd op hellingen en afdalingen.

Over de hoge Verdronken Kinderendreef fietsen we tussen plassen en moerassen en komen aan in het stadsdeel Watermael-Bosvoorde. Daar moet weer gedronken worden. We proberen op tijd station Bosdaal te bereiken voor de treinreis van drie kwartier terug naar Leuven.

De computer van de conductorette is zo heet geworden, dat je er volgens haar op kunt barbecuen. Wij kijken wel uit. Ze ontdekt dat we voor het vervoer van de fietsen in de trein te veel betaald hebben en schrijft een corrige-rend formulier uit voor haar domme collega achter het loket in Leuven. Francine gaat minimaal 14 euro cashen.

s Avonds nodigt de jarige Robert (25 juli 1941) ons uit voor een dinertje. Hij wordt door een aantal van zijn vrienden bedolven onder plasticaliarila . Onze vistong wordt oversproeid door een fraaie Portugese magnumwijn, bij wijze van saluut aan het land, dat zijn Juutje – onder erkenning van haar sefardische wortels – van een paspoort voorziet, wat haar actieradius vergroot.

Ik vertel iets over de beroemdste bewoner van het Zoniënwoud, de grote mysticus Jan van Ruusbroec. We zitten – op één van de warmste avonden sinds het begin van de weer-metingen – binnen met airco koeler dan op het terras buiten.

Van mijn plannen om de fietsers ook nog via het Woluwepark met Trammuseum en Hertoginnendal naar de Sint Hubertusvijver in Tervuren te sleuren, heb ik af moeten zien. Het was te heet. Too hot. Trop chaud. Zu heiss. De fietsen, sturen en remmen werden ook te instabiel en gingen vervaarlijk piepen en kreunen.

Ook op de laatste dag moeten de intenties drastisch worden bijgesteld. Niks Demervallei of Moedermeule. Niks taalgrens tussen Haasrode en Bierbeek.

We mogen blij zijn met rondjes Blanden en Vaalbeek. Met een abdij en een arboretum.

Horeca is nergens te vinden. Dus snel door de bossen – wij zien het reekalf – naar Feestzalen Sint Jean bij Zoet Water, helaas geen zwemwater. Onder grote vierkanten zwarte parasollen worden we vorstelijk opgelapt. Nu is het zaak terug te komen naar Welling.

Eerst de helse Parnassusberg op. Hilde valt. Door de bossen van Oud-Heverlee terug naar Leuven. Lekke band bij kasteelpark Arenberg. Fiets 144 vastgezet bij knoopunt 75.

Bagage uit de lockers. Over trappen naar de trein. In Mechelen over op de Intercity naar Amsterdam, met de artistieke coffeeboy Sven. De trein valt een paar keer stil. In Rotterdam geeft die het definitief op. Met een andere propvolle trein verder. In Amsterdam kunnen de deuren niet meer open. De airconditioning heeft het al lang begeven.

Lijn 12, die vorige week nog naar Sloterdijk ging, brengt ons nu – in plaats van de vertrouwde 5 of 16 – van CS naar Welling. Aankomst daar een uur later dan de bedoeling. Maar de hittegolf heeft ons niet klein gekregen.


MEEWIND 159 – een vooruitblik op landschapspijn

Het experiment dat ik deze keer doe, het is voor het eerst, is bezien of het mogelijk is om een Meewindverslag te schrijven vóór we gefietst hebben.

Om te bewijzen dat ik dat gedaan heb, heb ik dit verslag voor vertrek op 13 juli om 09:49 uur van A’dam CS spoor 8 gemaild naar twee integere volgers: Eveline van den Elsaker en Willem Jens.

Heen fietsten wij door Hoogkarspel en terug door Bovenkarspel en toen bedacht ik ineens: Meewind is reizen zonder reden. Hoogkarspel, Boven-karspel het maakt niet uit. De ene karspel heeft zijn hoofdstraat en de andere zijn streekweg. Een karspel of een kerspel is een parochie, die kan uitgroeien tot platteandsgemeente.

Tussen Hoog- en Bovenkarspel liggen alleen Lutjebroek en Grootebroek. Binnenwijzend ligt dan weer tussen Oosterblokker en Westerwijzend. Waar hebben jullie vandaag gefietst, vragen ze bij Welling, en naar waarheid antwoorden wij: we scheerden dit keer vlak langs Binnen-wijzend.

Binnenwijzend is er klaar voor om opgenomen te worden op de afvinklijst: Plaatsen die je gezien moet hebben. Ik heb slecht nieuws voor Binnenwijzend. Het zal een plaatsje blijven waar de toeristen niet gaan komen. The Beatles zijn de laatsten die in Blokker gespeeld hebben. Alles heet hier tegenwoordig StedeBroec en ook dat zal niet helpen.

De suïcide onder adolescenten in West-Friesland blijft te hoog. Meewind fietst barmhartig door een gebied waar mensen liever weg willen.

De Groene Amsterdammer van deze week (nr. 28) gaat over de filosofie van het toerisme. Het blijkt dat mensen reizen om te onvluchten. Wie meefietst met Meewind – hoeveel komen er vandaag opdagen? – moet zich niet af-vragen waar zij geweest is, maar wat zij wilde ontvluchten. Genoeg gelul.

Heen en weer tussen Hoorn en Enkhuizen reed Meewind nog niet eerder.

Maar in De Streek waren we al wel. Ik ben benieuwd of de scheepslift in de Broekerhaven er nog is, waarin ik Liesbeth in 2006 met fiets en al overtakelde van het Hoornsche Gat in de meters lager gelegen Wortelsloot.

Het is te hopen dat er bij Ruiter op het stationsplein in Hoorn genoeg fietsen zijn, want anders moeten we uitwijken naar Ben Docter op de Kleine Noord.

Het koffie drinken is ook zeker geen gelopen race. Want er is geen tijd om eerst de stad in te gaan. We moeten direct naar het noorden en dus moeten we hopen dat Brasserie d’Oude Veiling, vlak bij de gevangenis, de koffie klaar heeft. Want koffie verderop in de polder lijkt me kansloos.

Eenmaal in Enkhuizen komt alle weer goed; daar herinner ik me diverse fijne lunchplekken. Van Bleiswijk is er hoop ik nog en anders De Compagnie of iets bij de Dromeraris of de restauratie in het winderige kopstation.

Het laatste probleem is het zwemmen. We rijden talrijke kilometers langs het Markermeer, maar echte strandjes? Ik gok op Oosterleek of anders bij Schellinkhout, maar dat is wel erg dicht bij Hoorn.

In ieder geval keren we niet terug naar Welling voor we aan het Houten Hoofd in Hoorn de scheepsjongens van Bontekoe over de bronzen koppen geaaid hebben.

Meewind 159 reed op 13 juli 2018 van Hoorn, Blokker en Zwaag over Westwoud, Hoogkarspel, polder Het Grootslag, Enkhuizen, Bovenkarspel, Grootebroek, Lutjebroek,Venhuizen, Tersluis, De Weed, Oosterleek, Kraaienburg en Schellinkhout terug naar Hoorn (42 km).

Toegift

Even afhechten. Zat ik er ver naast? Er reden maar drie van de negen aangeschrevenen mee: Hilde, Matti en Marja. Mijn sombere voorspelling over de koffie klopte. Het lukte pas in Westwoud om in een treurige tent, De Lindeboom, koffie te scoren. Met de route is gesmokkeld. We lunchten laat, in ‘Onder de wester’, een nieuwe zaak met grote tuin naast een oud weeshuis.

Daardoor was er geen tijd meer om door StedeBroec te slingeren. Vanuit Enkhuizen gingen we meteen de dijk op en misten zo Bovenkarspel, Grootebroek, Lutjebroek en Venhuizen. In totaal fietsten we toch minstens 40 kilometer.

Wat ik niet heb kunnen voorzien was dat we onderweg een aardbeienautomaat zouden tegenkomen en een paard in jasschort, maar het hondje van de scheepsjongens van Bontekoe hebben we een kluif gegeven. Van zwemmen kwam niets meer, verkoeling zochten we op het terras van de Oude Waag, hartje Hoorn.

Volgende Mee(r)winden

De volgende eendaagse Meewind is in week 31 vanaf 30 juli. In week 29 is er een meerdaagse Meewind, ookwel Meerwind, in en rond Leuven en over de taalgrens.

Dit spektakel moet volgende week (= week 28) grondig worden voorverkend. De nummering loopt gewoon door. De Belgische Meerwind wordt Meewind 160 en de eerste eendaagse Meewind in augustus dus Meewind 161.

Eind augustus is er weer een inmiddels overtekende Meerwind vanaf een landgoed in de Gelderse Achterhoek. Kunt u het allemaal nog behappen?

Jan van HaseBroec tot Stedejurc


MEEWIND 158

De schoolvakanties zijn begonnen, dus Meewind fietst weer. Time flies, editie 158 alweer. Waar nu weer eens heen te gaan? Waarom niet naar een streek waar de plaatsnamen op een e eindigen? Dat heb je in Drenthe bij Rolde en Peize, in Zeeland bij Kloetinge en Wemeldinge, in Overijssel bij Raalte en Zwolle, dus kozen wij voor de Veluwe en fietsten van Heerde naar Epe, en omdat de weg tussen die twee plaatsen was opgebroken, reden we een stukje om, over Wijhe en Oene.

Het geval wil dat mijn zus in Epe woont. Ze heet Marjolijn en omdat ze vond dat wij elkaar te weinig zien, besloot ik haar bloot te stellen aan mijn fietsclub en dat is beide partijen goed bevallen. Marjolijn mengt makkelijk en ook de Meewindsters houden wel van een praatje. Bij Veessen heeft ze ons – alsof ze bij Waterstaat werkte – bij een lange brug met waterschotten uitgelegd hoe het project Ruimte voor de rivier werkte.

De rivier is in dit geval de IJssel, maar wie zijn aardrijkskunde een beetje bijhoudt, wist al dat Wijhe niet aan de Lek ligt, zoals Maastricht niet aan de Waal, en Waal-drecht niet aan de Rijn, net zo min als Rijnsaterwoude, dat aan het Braassemermeer ligt, waar trouwens geen brasem meer wil paren.

Het is bekend dat de Meewind-verslagen op warme dagen, als er weinig gebeurt, vollopen met apekool of erger.

Mijn moeder zei altijd bezorgd: ‘Waar haalt onze Jan het toch allemaal vandaan?’

Omdat in Heerde geen trein stopt, moesten we met eigen vervoer. Hilde nam Francine mee, Jan Schipper vervoerde Marja in zijn rode Lexus en ik nam Matti, Herman en de knappe Patricia onder mijn hoede. Zus Marjolijn kwam op haar eigen fiets.

De fietsen huurden we bij Van de Put, want dat was ook tijdens Meewind 75 op 21 juli 2009 al prima bevallen, al kon je als heer het beste een damesfiets nemen, want de herenfietsen waren domweg te hoog. Er was mij alles aan gelegen om Francine niet te laten ontdekken dat ze negen jaar geleden ook al van Heerde naar Wijhe gefietst was, want Meewind kopieert zichzelf nooit. Ik besloot daarom dit keer met spijt het eminente hazelnootgebak bij Kamphorst over te slaan, de tocht in omgekeerde richting te rijden, in Wijhe achter ‘t Praathuys (waar we lunchten) om te rijden, Vorchten en Wapenveld links te laten liggen en van een frisse duik bij het Heerder-strand af te zien. Maar we werden verraden door de ooievaar bij Fortmond, die uitkreet: ‘Als dat Meewind niet is, dan ik eet ik mijn ooivaarshorst op.’ Francine vatte de reprise sportief op, geen wanklank.

Tja, wat verder nog te vermelden? Bij de ochtendkoffie in een Engelse tuin in Veessen, namen we met zijn negenen vier appelpunten, al hadden we er vijf besteld. In de Duursche Waarden beklommen enkelen van ons een stalen uitkijktoren, omdat de schoorsteenpijp van de voormalige steenfabriek niet bestegen mocht worden. Met de rode knop wisten we het Kozakkenveertje naar onze kant van de rivier te dirigeren.

Wat moeten kaarsvet etende kozakken op de grens tussen Gelderland en Overijssel? Ach, overal zijn huurlingen om te helpen de gehate Fransoos te verjagen, zoals ook hier in 1812.

De lunch kwam laat dit keer, maar mocht er wezen. De Posthoorn is een gerenommeerde zaak op de Markt in Epe met een schaduwrijk terras en rieten stoeltjes met dekens, dat werk. In plaats van garnalenkroketten, koos ik voor een Dame Blanche, wat iedereen gek vond, maar wat niet gek was, want het was warm en Jan Schipper mocht mijn slagroom.

Zonder Marjolijn, die nu vlak bij haar huis was en het wel welletjes vond, deden we nog een mooi stukje Veluwe tot slot. We namen de Dellenweg met chique rietgedekte bungalows, staken bij een hertenkamp de Renderklippen over om slingerend door het Bakhuisbos, via het natuurbad en Kolthoorn terug te keren naar Heerde. Op de autoradio hoorden we hoe Frankrijk de macho’s uit Uruguay met een zwabberbal vernederde, terwijl onze Kiki Bertens de 38-jarige Venus Williams een mirakels lawntennislesje gaf.

Route Meewind 158 op 6 juli 2018:

Heerde, Veessen, Wijhe, Fortmond, Veessen, Oene, Epe, Renderklippen, Heerderstrand, Kolthoorn, Heerde (31 km).

 


Driedaagse Meewind 157 – Donder en bliksem in het Rijk van Nijmegen

Meewind 150 – vorige zomer verreden in het snikhete Braboland – was voor herhaling vatbaar, vonden Sjerry en Jan, Martijn en Antonia en Jan en Patricia. Waar zouden we nu weer eens drie dagen gaan racen? Ik vond een spotgoedkope aanbieding: Twee nachten in een vier steren hotel bij Nijmegen, met diner op de eerste avond, twee ontbijten, fietsen gratis

op de eerste dag, overdekt zwembad en gratis parkeren voor € 158,– per paar. Margit en Jan, even clandestien in Nederland, kregen er lucht van en wilden ook wel mee. Geen probleem.

We ontmoetten elkaar op 15 augustus 2017 bij de koffie op het terras met fabelachtig uitzicht over het rivierenland van Fletcherhotel Val Monte in Berg en Dal bij Nijmegen. Val Monte is hetzelfde als Dal en Berg, dus dat schiet lekker op. Bij vertrek begon het meteen fiks te sauzen, dus gingen de laarzen aan en de zuidwesters op en pakten wij de Oude Kleefse-baan loodrecht naar beneden, langs de Duivelsberg, om kort daarna Duitsland binnen te fietsen. In de fraaiere, maar veel langere Zevenheuvelenweg hadden we met al die regen-flarden even geen zin. Bij Frasselt, onder Kranenburg, kan de regenplunje weer uit en fietsen we het fraai bebeukte Reichswald in. Even later trappen we daar ook weer uit, langs de wijngaard in Plak en dan zit je na De Horst zo in Groesbeek. De eerste vijftien kilometer zitten in de pocket, dus tijd voor salades met sap en uitzicht op een aflopende tuin bij De Wolfsberg. Je zit tegenwoordig overal onder zwarte parasols. Dat staat voor deftig.

We rijden verder de Groesbeekse bossen in, richting Bisselt en laten de Mookerhei met jachtslot lopen, om niet te veel herinnerd te hoeven worden aan de smadelijke wijze waarop de spanjool daar Lodewijk en Hendrik van Nassau in 1674 in de pan hakte. Nooit zullen wij weten of zij in een massagraf eindigden of in de moerassen bij Gennep.

Langs Molenhoek en Malden keren wij over het landgoed Heumensoord terug naar de rand van Nijmegen. Langs de Heilig Landstichting, Oriëntalis, het Afrikamuseum en hotel Erica bereiken we Val Monte weer. Met behulp van wijn werken wij het voedzame driegangen-diner weg.

De tweede dag Schitterend fietsweer. We gaan vandaag de Waal langs. Eerst door Ubbergen steil naar beneden. Dan de Waalbrug op. Ik moet denken aan de moedige Jan van Hoof die door de Duitsers aangebrachte explosieven onschadelijk maakte. Met een trap dalen we af naar de dijk langs Lent-Oost. We blijven vlak langs de Waal fietsen en laten Bemmel en Haalderen links liggen. Dan om de steenfabriek heen, een man met petunia’s, een beeld-houwer, een fabriekspijp van 58 m., ingegraven tanks tegen de Russen en verder naar Gendt voor koffie bij ‘19’. Patricia scoort wat oud-roze jurken. Binnendoor naar Doornenburg met het ‘Floris’-kasteel aan de Linge. We steken met een gierpont het Pannerdensch Kanaal over (eigenlijk de Rijn, maar dan een beetje gekanaliseerd) en bereiken door de Lobberdense Waard het voetveer over het Bijlandsch Kanaal (eigenlijk de Rijn, maar dan een beetje gekanaliseerd) voor de overvolle overtocht naar Millingen a/d Rijn, de laatste Nederlandse plaats op de zuidoever van de Boven-Rijn. Een paar kilometer oostelijker ligt Lobith waar de Rijn volgens de boekjes ons land binnenkomt. Wij eten op het terras van de Gelderse Poort. De keuken kan de drukte niet aan en dat zullen we ‘s avonds opnieuw meemaken.

Nu fietsen we door de Millingerwaard terug langs de andere kant van de Waal. We worden tegengehouden door een boswachter, omdat steeds meer land onder water wordt gezet en de kaart dus niet meer klopt. We bewaren een mooie theetuin voor een volgende Meewind, want het is er veel te druk. Langs Kekerdom en Leuth (ik kan het ook niet helpen) bereiken we de Thornsche Molen waar ze thee schenken. Daarna vanuit Beek acht honderd meter steil omhoog, de fiets aan de hand. Zwaarder wordt het niet meer.

s Avonds eten we bij ‘Geuren en kleuren’, vlakbij ons hotel. Jan Schipper weet dat nergens in het Rijk van Nijmegen de wijnen en de spijzen beter op elkaar afgestemd zijn. We begin-nen lokaal, met een droge Groesbeekse rakker, maar echt uit zijn dak gaat onze connaisseur pas als er vanuit alle windstreken van de wereld de meest fraaie rode wijnen worden aange-rukt. Mede dankzij het zevengangen-arrangement van Patricia wordt het nog een hele zit. Terug in het hotel blijkt de bar alweer gesloten, zodat er niks af te pilsen valt.

Met de derde dag zijn we snel klaar. Deze valt in het water. En niet zo zuinig. Vol goede moed rijden we over de Kwakkenberg naar Heyendaal. Anders dan in Amsterdam waar de universiteiten gespreid zijn over vele locaties (oude stad, Roeterseiland, Science Park, Bijlmer en Buitenveldert) is alles van de Radboud Universiteit geconcenteerd op een schitterend landgoed. We zwaaien even naar Thomas van Aquino en rijden dan door de Indische buurt en langs het centrum en het Valkhof naar de Waal. Daar gaat het regenen en dat zal niet meer ophouden. Wij schuilen bij De Kaai, onder de Waalbrug. Lieve meisjes, oude rockmuziek, lekkend tentdoek, goeie koffie en maaar plenzen. De rest van het programma moet worden afgelast. We proberen zo droog mogelijk de Berg en Dalseweg  op te komen en voor drieën zit iedereen weer in de auto naar Amsterdam.

Meewind 157 op 15, 16 en 17 augustus naar Berg en Dal

Deelnemers: vier paren: Jan & Margit, Jan & Sjerry, Jan & Patricia, Martijn en Tonja

Routes:

Dag 1: Berg en Dal, Wyler (D.), Kranenburg (D.), Fraselt (D.), Reichswald (D.), De Horst, Groesbeek, Bisselt, Heumensoord, Heilig Landstichting (33 km).

Dag 2: Berg en Dal, Ubbergen, Nijmegen, Lent, Gendt, Doornenburg, Pannerden, Millingen a/d Rijn, Kekerdom, Leuth, Beek (39 km). Twee oversteekveren.

Dag 3: Berg en Dal, Nijmegen (Kwakkenberg, Radboud Universiteit, Indische buurt, Centrum, Berg en Dalseweg) (12 km).

Totaal: 84 km.


Meewind 156: met fiets in trein en dan door Noordhollandse duinen

Is de mefidt-proef geslaagd? De mefidt-proef? Ja, het Met-Eigen-Fietsen-In-De-Trein-experiment. Dat zouden we op 7 augustus uitproberen. Met de trein van Amsterdam naar Haarlem, dan een stuk zelf fietsen en terug van Alkmaar naar Amsterdam. Eindelijk 100% wind mee: dik veertig kilometer met de wind in de rug. Mooi weer, door duin en bos, misschien wel langs de door parafine geteisterde stranden. Om het aantrekkelijk te maken had ik zelf de fietskaartjes gekocht.

Want een dag je fiets mee in de trein kost 6 euro 10, wie niet weg is wordt gezien.

Ik herhaal de vraag: Is de proef geslaagd? Ja en nee. Ik expliqueer nader.

De proef is geslaagd in zoverre Matti en ik aan het eind van de dag behouden zijn teruggekeerd in de drenkplaats Welling. De proef is mislukt, omdat we met zijn tweeën waren. Matti en ik, van huis uit allebei geharde junglefighters, hadden de proef niet nodig. Het ging er juist om dat minstens zes leeuwinnen heur zware damesrijwielen de trappen op zouden zeulen en hun fietsen in de treinen zouden smijten. Er zijn per trein altijd maar een paar deuren waardoor fietsen naar binnen mogen. En juist dat moesten we oefenen. Liefst op een druk perron. Trein loopt binnen, groep verspreid zich in oogwenk naar toegestane deuren, trein komt aan en groep hervindt en hergroepeert zich. En dan liefst nog een paar keer overstappen onderweg, op stations met bruggen en tunnels en zonder liften en glijbanen, met slecht weer. Volgens de krijgshistorie is het met hele legertrossen gelukt, dus waarom niet met Meewind. Dat weten we nu dus niet.

Is het erg dat de proef mislukt is? Ja. Want het ziet er naar uit dat de enkeldaagse Meewinden vanaf het fietsseizoen 2018 alleen nog op eigen fietsen de treinen in zullen gaan. Dat is het nieuwe reizen. Bemande stationsstallingen met fietsenverhuur raken obsoleet en antiquaar. Ik waarschuw voor het laatst. Koop op tijd een lichte fiets en ga zelf de komende winter oefenen. Je kunt ook sparen voor een vouwfiets. Die mag gratis mee, ook in de spits, en die is veel hanteerbaarder. Maar het kost wat, vooral de schitterende Brompton. Ik ga de knappe Patricia er voor haar verjaardag een geven.

En dan nu Meewind 156. Eindelijk. We vertrokken van perron 2A. Daar zijn trappen zonder fietssleuf en roltrappen waar je met fietsen niet op mag. Dus lonkt de lift.

Er is er één. Hij is oud en klein. Je kan er met niet meer dan één fiets in, als je die schuin diagonaal omhoog steekt. En dan moet je geen buik hebben, want anders past het niet. Een tweede inconveniënt: de lift zit helemaal aan de oostkant van het station, dus je moet vele honderden meters over het perron naar spoor 1 en/of 2a. Met een groep van tien vrouwen heb je minstens een half uur nodig om deze operatie te voltooien. In Haarlem ging alles goed, maar in Alkmaar, op de terugweg, zat alles tegen. Er was een ongeluk gebeurd tussen Uitgeest en Wormerveer, dus naar Amster-dam kon je de volgende twee uur alleen met sprinters over Hoorn of Haarlem. Wij kozen voor Haarlem. Terug door de poortjes naar buiten. Lift omhoog. Nieuwe poort-jes. Lange brug. Lift naar beneden. Spoor 4. Met fietsen de trein in. Er kwamen nog vier fietsen vóór de onze te staan. Zelf moesten we weg bij de fietsen, want er moest doorloopruimte blijven. En dan een uur in een volle sprinter langs niet minder dan twaalf stations (Heiloo, Castricum, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, Santpoort-Noord, Santpoort-Zuid, Bloemendaal, Haarlem, Spaarnwoude, Halfweg, Sloterdijk) terug naar de eindbestemming. In Amsterdam durfde Matti met zijn fiets een steile buitentrap af. Ik liep weer helemaal terug naar de oude lift van ’s morgens.

En dan nu Meewind 156, echt. Volgens de reglementen mag Mr. Meewind een tocht afblazen, als er maar één vrouw komt opdagen. Matti is dan wel geen vrouw, maar hij telt wel als vrouw, omdat hij zich graag voortbeweegt op een damesfiets met lage instap. Bovendien reden wij op de Zijlweg in Haarlem, ga zelf maar kijken, ik lieg niet, langs dameskapsalon Matti.

Met Matti fietsen is geen straf. Hij houdt, net als ik, van rare, niet al te gangbare mensen, dingen en gebeurtenissen. Dus dat fietst lekker. We roepen maar wat tegen elkaar. Gaan er soms wel en soms niet op in. Fietsen soms naast, soms achter elkaar. Kwetteren soms veel en zwijgen soms ijzig. Het voelt allemaal heel natuurlijk. We nemen iedereen door. Matti weet saillante details van mensen.

En dan nu, eerlijk waar, Meewind 156. We zijn er snel mee klaar. Er gebeurde weinig bijzonders en het landschap hield zich redelijk. Vanuit het station door het voorname Kenaupark en over de Zijlweg naar Overveen, je rijdt daar tegen een Loetje op. Rechtsaf, langs het prachtige gemeentehuis naar Bloemendaal. Koffie bij ’t Hemeltje, dé Huiskamer van Bloemendaal. Het leek de huiskamer van Blaricum wel: rode broeken, strohoeden, parelkettingen en spencers en liters chardonnay, lang voor lunchtijd. Wij namen koffie met taartjes van Holtkamp. De Kennemerduinen in naar de ruïne van Brederode. Santpoort en Driehuis, bekend van de dodenakker Driehuis-Westerveld en het geboortehuis van Pimmetje (begraven in Provesano in 2002). Verder door Park Beeckestijn en Velzen-Zuid. Met tachtig andere fietsers op de gratis GVB-pont over het Noordzeekanaal. En dan tussen Velzen-Noord, Beverwijk en de Hoogovens door richting Heemskerk. We laten Wijk aan Zee links liggen. We fietsen de waterleidingduinen binnen. Het zijn niet de mooiste. Veel infiltratiegebieden, pompstations en stalen, ronde putten. De Kennemerduinen en de Schoorlscher Duinen zijn veel rijker, geaccidenteerder en afwisselender. Maar nu dus het Noordhollands duinreservaat, met als onverbiddelijke lunchstop partycentrum – vroeger uitspanning – Johanna’s Hof (nog bekend van Jubelmeewind 25, in november 2006). We zitten buiten, onder een boom, naast fysiek en mentaal uitgedaagden in rolstoelen. Matti neemt warm vlees met een vieze, zoete saus die hij laat staan en ik neem yoghurt, verse aardbeien en moddervette poffertjes. We fietsen door naar de toeristenhel Egmond aan Zee en dan langs weer een ruïne, nu van Egmond a/d Hoef. Door open land fietsen we naar de kaasstad. Het station van Alkmaar is beslist futuristisch geworden. Van buitenaf lijkt het net de Hema, nee, het is een Hema.

De route van Meewind 156, verreden op maandag 7 augustus 2017: Haarlem, Overveen, Bloemendaal, Kennemerduinen, Santpoort, Driehuis, Velsen-Zuid, Velzen –Noord, Heemskerk, Noordhollands Duinreservaat, langs Castricum, Bakkum en Egmond-Binnen naar Egmond aan Zee en Egmond aan de Hoef, Alkmaar (42 km).

Volgende week wordt er een driedaagse Meewind verreden, maar die is al volgeboekt.

Er komt uiteraard een uitvoerig verslag over.

Tussen 21 en 31 augustus gaan we op een mooie dag met auto’s vol naar de Hoge Veluwe. Bij wijze van seizoenafsluiting, want vanaf 1 september wordt er weer hard filosofie gestudeerd en energiek geschreven en geredigeerd voor prachtblad Argus.


Meewind 155 naar Gooimeer, Tafelberg, Eempolders en Zuiderheide

Ik had beloofd dat we voor Meewind 155 gewoon weer de trein zouden pakken. Ik wilde – vanwege de buien in het zuidwesten – bij Apeldoorn fietsen en toen dat niet lukte, onder Zwolle, en toen ook dat niet ging langs de Utrechtse Vecht. Wat wilde er niet? Apeldoorn en Zwolle hebben geen bewaakte fietsenstallingen meer. Je kunt er alleen nog met een pasje een ov-fiets op de kop tikken en dat wil lang niet iedereen. Dus zocht ik zes keer achter elkaar een fietsenverhuurder dichtbij een station, ook nog in Hilversum. Ik plukte via Google een telefoonnummer, toetste dat in en hoorde dan elke keer: Dit nummer is niet in gebruik. Bel 1850. Bij 1850 of bij de VVV gaven ze je dan hetzelfde nummer, dat je opnieuw draaide – tijdens normale winkeltijden – en weer: Dit nummer is niet in gebruik. Na anderhalf uur gaf ik de strijd op. Ik belde alleen nog een mannetje in de haven van Huizen en dat nam wel op. Meewind gered. Maar aan een experiment valt niet meer te ontkomen. M.i.v. Meewind 156 gaan we – het moet niet gekker worden – op eigen fietsen de trein in en hoe lang dat bejaarden bevalt zullen we merken. We beginnen met groepen van maximaal zes mensen. Maar nu Meewind 155. Want we willen de natuur in en geen ambtelijke molens.

Francine betoonde zich onvergenoegd dat we niet met de trein gingen. Ze had net

een dure NS-kortingdag genomen. Ik kon haar niet helpen. Huizen ligt, sinds de Gooische Moordenaar er de brui aan gaf, niet meer aan een (tram)spoorlijn. Er is wel een perfecte snelbusverbinding. Bus 320 brengt je van Amsterdam Amstel binnen veertig minuten naar het Nautisch Kwartier in Huizen, met zijn karakter-istieke kalkovens, waar ze vroeger ongebluste kalk maakten en waar je nu vet kunt feesten. Onze fietsen worden uitgegeven naast het terras van De Haven van Huizen (sinds 1859), waar ooit de haring gerookt werd tot goudgele bokking.

We drinken koffie en rijden langs het Gooimeer naar het nog altijd gewilde speel-

park Oud Valkeveen. Dan over de dure Flevolaan naar Bikbergen en door het IJzeren Veld omhoog naar de Tafelbergheide met schaapskooi. We zakken Blaricum binnen en fietsen verder zuidwaarts naar de velden van de Larensche Mixed Hockeyclub. Daar belt Hilde haar vriendin Karin. Ze nodigt zichzelf en de groep uit en even later zitten we in een wilde achtertuin in Eemnes glazen water te drinken. Mattie en Jan Schipper brengen ook nog even een poppenhuis de trap op. Maar dan wordt het tijd voor de lunch. Ik stel Kasteel Groeneveld voor, in Baarn. Langs de Eempolders fietsen we de Wakkeren Dijk af. Het is druk in het Grand Café aan de museumtuin, maar de plt’s (lees: pastrami, lettuce and tomatoe) smaken heerlijk en de karnemelk is ijskoud. We rijden door de wonderschone kasteeltuin richting Hilversum en buigen dan naar het noorden voor een fikse klim over de Zuiderheide. Via de Zevenenderdrift rijden we Laren binnen. Langs het gemeentehuis met het groene dak, waar appartementen gaan komen, naar Blaricum. Bij IJssalon De Hoop zijn de rijen te lang. Dus karren we over de Oostermeent en langs de Bijvanck en de A 27 terug naar Huizen. We weten niet wat we zien. Hele nieuwe wijken, flats met daktuinen in het water, zomerkaden en strandjes, drie kilometer langs het Gooimeer, te ondiep om te zwemmen, Almere Haven en Almere Hout aan de overkant. Voor we in de bus terug stappen, drinken we bier, thee en scropino op een terras aan de jachthaven.

Bij Crailo stappen we weer over op onze snelbus. Behalve Francine. Zij blijft zitten tot station Bussum-Zuid om vanaf daar haar kortingskaartje uit te baten.

Op Amstel rijdt de tram naar Welling net voor onze neus weg. Dorst.

Meewind 155 op 26 juli 2017 met Jan Schipper, Sjerry van Vlerken, Hilde,

Matti, Francine en uw razende reporter.

Route: Huizen-haven, Oud Valkeveen, Bikbergen, Tafelberg(heide), Blaricum,

Laren, Eemnes, Baarn, Zuiderheide, Vredelaan, Laren, Blaricum, Oostermeent, Bijvanck, Vierde Kwadrant, Huizen (35 km).


Froukje gidste Meewind 154 over roze Texel (18 juli 2017)

Het was op de dag dat het water op Texel roze kleurde, dat Meewind dit eiland weer eens befietste. Niet al het water tooide zich in homotint.
Een speciale alg, de Dunaliellas, scheidt alleen zijn opvallende kleurstof af bij 27 graden Celsius, een zoutpromillage van 41 en een ongewoon lage waterstand. Deze omstandigheid deed zich voor in het Wagejot, binnendijks achter Oostereind.
Hadden we het geweten, dan waren vanuit De Waal niet naar Oudeschild, maar naar Krassekeet doorgestoken, vlak onder de Vlakte van Kerken. Het begon allemaal anders.

Nadat we een Texel-Meewind op 13 juli moesten afblazen bij gebrek aan belangstel-ling, deden we vijf dagen later een nieuwe poging.
Ook die liep niet van een leien dakje. Lenneke zou eerst wel meegaan en daarna weer niet en ook Marianne, die zich te laat had opgegeven, kwam uiteindelijk niet opdagen.
Mooie boel! Voordeel was wel dat Annemieke Hendriks – die Meewind ooit in haar Berlijnse huis ontving – op de valreep meekon.
Zij debuteerde op 18 juli, net als Pim, de amant van Jet, die zijn racefiets had laten vertoerfietsen, terwijl Jet op medische indicatie op een e-bike kwam aanspurten. Een tweede debuut: een electrische fiets binnen een windgedreven rijwielgezelschap.
De robotisering zal niet lang uitblijven. We zijn te zwak om haar de wacht aan te zeggen.

Waarom opnieuw naar Texel? Omdat Hilde daar weer veel zin in had, nadat ze met mij tijdens een novemberstorm in 2008 (Meewind 62) van de Burgerdijk geblazen was. Maar meer nog omdat Froukje Klomp, onze enige archeologe, de Jordaan verruild had voor een stolpboerderij op het zuiglameiland.
Froukje vond het leuk als we langswipten. Een deel van ons miste de boot van half elf, waardoor we later dan verwacht op de Diek in De Waal aankwamen. Froukje reageerde niet op ons wel-luidende fietsbelconcert.
Zij was ons langs een meer gangbare route met afnemende hoop tegemoet gefietst, nadat ze – om de tijd te doden – maar weer eens een tijdje in The catcher in the rye had zitten lezen. De coming of age-roman lag nog open in het gras naast haar nieuwe huis. We mochten binnenkijken.
Van haar partner, een bekend architectuurhistoricus, die op tv regelmatig ruzie maakt met zijn beroemde broer en zus, meer zeg ik niet, hij is rustend, wisten we al dat zo’n stolpboerderij veel weghad van een circustent, gestut door vier palen. Zelf kreeg ik de indruk dat de woning rond de hooiberg was opgetrokken.
Hoe dan ook, er werd hard gerenoveerd en met name de Edwardian schoorsteen in een zijvertrek dwong mateloze bewondering af.

Froukje zei dat we nu echt naar Paal 12 moesten fietsen, aan de Jan Ayeslag. Dat bleek een strandpaviljoen, in het Texels zeg je geen Twaalf maar Tiijlf.
Onderweg, langs de Rommelpot, stond de struikheide dankzij Trump c.s. in volle bloei; vroeger was dat in duingebieden nooit voor eind augustus. Herman, Patricia en Annemiek sprongen als jonge honden in zee, de rest bleef sloom drinken op het terras. Na de lunch, adviseerde Froukje de koelte van de bossen.
Ik ging voorop en pakte de eerste, de beste bosweg, de Natte vlak weg, en dat was stom, want de Rozendijk, langs de oostelijke bosrand was veel idyllischer geweest. Wat later, tussen De Koog en De Waal kon ik mijn gidsdrang goedmaken door Froukje over schitterende fietspaden te voeren, die zij nog niet kende. In De Waal was koud drinkwater en zaten gecostumeerde vrouwen pannen-, krap-, merk- en andere lappen te borduren.
De quilts waren zo mooi, dat je ze met de kerst als loper rustig op tafel zou leggen. Nu kwam er een saai stuk, tegen de wind in, over de Langewaalderweg.
De ‘skuumkoppen’ aan de jachthaven in Oudeschild maakte veel goed. Helaas wordt er hard aan de waddendijk gewerkt, waardoor we binnendijks moesten blijven, wat ons gelukkig even door het Jeneverbuurtje leidde.
Opeens, toen we de dijk weer opkonden, bij het Prins Hendrikgemaal, kneep Froukje er lachend tussenuit. Ze pakte de Amaliaweg, terug naar haar geluksstulp. Wij mochten het laatste stuk langs de Waddenzee rijden en zagen bij aankomst in de veerhaven de Texelstroom tergend traag van ons wegvaren. De volgende boot naar de vaste wal, was die van zes uur, een uur later.
In Den Helder reden we nog een tijdje zinloos achter elkaar aan, op zoek naar haring. Vergeet het, haring na 18.00 uur, in Den Helder.

Meewind 154 werd op 18 juli uiteindelijk verreden met Froukje, Hilde, Matti, Herman, Robert, Patricia, Annemieke, Jet, Pim en uw dienstwillige chroniqueur.

De route: ’t Hoorntje-Den Hoorn-Paal Tiijlf-Ecomare-Burgernieuwland-De Waal-Oudeschild-Redoute-Waddendijk-Veerhaven (39 km).

Meewind 153 – Waterland: Kinselmeer, Ilperveld, Het Twiske en vier ponten

Alles scharniert deze tocht om het pontje over het Holysloter Die. Je ziet nog dat het een trekpontje was. Maar nu is er een buitenboordmotor. Het pontje wordt gevaren door twee vrouwen met hun hond. We moesten tot juli wachten voor we er doorde-weeks mee konden overvaren. We zijn met zes fietsers en dat past net. De overtocht kost vandaag een euro twintig, maar die prijs lijkt niet erg vast. Als je Waterland op zijn mooist wil zien, moet je met dit pontje. Als je over gevaren bent, sta je in een weiland tussen de koeien. Het is niet duidelijk hoe je verder moet. Tot je ontdekt dat er her en der planken liggen over slootjes met daarnaast rails waar je fietsenbanden in passen. Het is wat ongemakkelijk, maar je weet zeker: hier gaan nooit rolkoffers rollen.

Meewind is herrezen. Het duurde tot na mijn tentamens over Kant, Hegel en Nietzsche, voor we weer konden opstappen. De eerste tocht van 2017 zouden we vanuit Amsterdam rijden, op eigen fietsen. We verzamelden dit keer bij de OBA, de grote bibliotheek op het Oosterdokseiland. Er waren voor de eerste tocht vijftien willekeurige liefhebbers gemaild, van wie er vijf kwamen opdagen: Marja, Hilde, Matti en Joop met debuterende vriendin, zekere Mila. Zij woont in de Pijp en leerde ooit voor personeelswerker op de rode Sociale Academie aan het Kart-huizersplantsoen in de Jordaan.

Als eerste brengen we een kort bezoek aan ons wonderschone appartement aan de Bogorbeach met uitzicht over het IJ naar twee kanten. De knappe Patriesschenkt koffie en doet ons uitgeleide op het pontje naar Noord, maar fietst verder niet mee. We rijden langs cafe ’t Sluisje, dat de buurt kon behouden dankzij een stevige financiële injectie van Patricia Orlow, die tegenover het café is gaan wonen.

Maar we jakkeren door over de dijk naar Marken langs het Kinselmeer. Een vrouw zet haar fluit in elkaar; zal zij gaan spelen voor de vogels? Dan om de Blijkmeer-polder heen, op Holysloot aan. Over met de pont, zie boven, en verder naar Broek. Bartje is niet thuis. We eten heerlijke pannenkoeken en vieze, in de margarine gebak-ken, tosti’s op het terras van De Witte Swaen, bekend van de voor de hand liggende slagzin Kom naar Broek voor een pannenkoek. Ik aarzel tussen de pannenkoek Zonder Zorgen en het flensje Boswandeling. Snel door naar Overleek en Ilpendam.

Alweer het derde overzetveer vandaag, dit keer over het Nooordhollandsch Kanaal.We steken het Ilperveld door en rijden recreatiegebied Het Twiske binnen. Hier kan je heerlijk zwemmen, maar we doen het niet, want alleen Matti heeft – aangespoord door mijn mail: bij warm weer zwemgoed mee, zijn zwembroek meegenomen. En dan zijn we al weer terug in Noord. Langs de Molenwijk en tuindorp Oostzaan, zit je zo op het terras van de IJ-kantine, waar Meewind al vaker afbluste. Verder weinig nieuws, alleen misschien dat Joop zo vaak van zijn fiets lazerde, dat je bijna ging denken dat hij het erom deed. Joop kan prachtig luidruchtig vallen. Een dag later zag ik zijn nieuwe Brooks-zadel, duurder dan het hele aftandse herenrijwiel.

Het pontje over het Holysloter Die was een oude bekende. Al in het eerste Mee-windjaar, op 13 juli 2005, staken we – ook Daphni en Irving – ermee over. Maar we kwamen toen van de andere kant en Marianne Houtzager wist de weg, omdat ze er vlakbij een huisje had op de illegale camping “De Kikkers’, in de knik van de weg naar Ransdorp, lezen we in het verslag van Meewind 8 op de Wellingsite.

Route Meewind 153 op 7 juli 2017: OBA, Java eiland, Oostveer, W.H. Vliegenbos,

Nieuwendammerdijk, Schellingwou, Durgerdam, over de dijk langs het Markermeer, Holysloot, Zuiderwoude, Broek in Waterland, Overleek, Ilpendam, pont over het Noordhollandsch Kanaal, Ilperveld, Den Ilp, Het Twiske, Landsmeer, Amsterdam-Noord, NDSM-veer, CS, Welling (41 km.).